woensdag 26 maart 2008

Anti-Mertens(20): Uit kiemen van opportunisme, indien niet bestreden, ontwikkelt revisionisme


In vorig artikel had ik het over een vorm van opportunisme dat in kiem reeds bestond vanaf het onstaan van de Partij van de Arbeid van België. Ikzelf heb dat ook nooit beseft en onderkend, zolang ik lid was van de PVDA en zelfs mee naar bijvoorbeeld het Vijfde Congres ging. Dit opportunisme is dus nooit (ook niet door mij toen ik nog in de PVDA zat) bestreden. Ik ga nu verder met mijn analyse….

Het eenheidsfront naar analogie of als een concrete oplossing voor een concrete situatie?
Wat was nu de analyse die Mao maakte over de noodzaak van een anti-Japans eenheidfront
Lees hierover de tekst “De taken van de Chinese Communistische Partij in de Verzetsoorlog tegen Japan” (ik ga die nu hier niet citeren, eventueel zal ik dat in een apart artikel doen. Je kunt deze teksten online lezen op websites die ALLE werken van Marx, Engels, Lenin, Stalin en ook Mao op internet zetten, zie “links” op marx.be)
Lees vooral “Inleiding van Kameraad Mao Tse-toeng op een nationale conferentie van de Chinese Communistische Partij in Jenan, december
1939. Mao Zedong heeft het over een CONCREET eenheidsfront als noodzakelijkheid in een CONCRETE situatie….
Maar in de PVDA verviel men in een vorm van dogmatisme dat Mao juist bestreed in “Over de praktijk” (lees dit in de tekst zelf on-line –ik zal hierop nog terugkomen met grote citaten UIT deze tekst van Mao)

De lessen van Mao in bv “Over de Praktijk” worden vergeten en men vervalt in het dogmatisme dat Mao daarmee juist bestrijdt. Zo maakt men van de strategie die Mao ontwikkeld naar aanleiding van de concrete situatie waarin de wereld en China zich TOEN bevond een algemeen geldend recept toepasbaar voor ALLE situaties.
Dit opportunisme (deze vorm van dogmatisme zoals ik het nu zal noemen) is, omdat het niet bestreden wordt een AANGRIJPINGSPUNT van tot burgerlijk verworden PVDA-kaders om REVISIONISME te ontwikkelen.
De ontdekking en de in aanzet correcte toepassing van het wetenschappelijk socialisme leidde tot de oprichting van AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders), een organisatie die zichzelf de opdracht gaf van de OPBOUW van een echte Communistische Partij. De strijd tussen twee lijnen ( de lijn tot BEHOUD van de kapitalistische maatschappij en de lijn tot OMVERWERPING van de kapitalis-tische maatschappij en de inrichting van het socialisme) binnen AMADA, de strijd tegen reformisme en revisionisme was de inzet van de strijd tegen UCMLB in 1975. De strijd tegen UCMLB was in feite de strijd voor de uitbouw van een echte revolutionaire communistische partij. De strijd voor een betere en rechtvaardige wereld is in de huidige context van een kapitalistische maat-schappij maar autentiek als ze leidt naar de omverwerping van het kapitalisme en de instalering van het socialisme. Hievoor moeten we vertrekken van de fundamen-tele belangen van de arbeidersklasse omdat die
leiden naar strijd tegen het kapitalisme. Opdat de arbeidersklasse de strijd gaat kunnen leiden voor het socialisme is er een organisatie nodig van de VOORHOEDE van de arbeiders-klasse Bij de overgang van AMADA naar PVDA (Partij van de Arbeid van België) blijkt dat bepaalde kaders foute toepassingen van het wetenschap-pelijk socialisme wisten op te leggen aan de partij. Dit leidde tot het voortbestaan van foute programmapunten. Dit kon maar gebeuren doordat partijleden, en vooral bepaalde kaders delen van hun oude burgerlijke, kleinburgerlijke, anticommunis-tische wereldopvattingen bleven behouden. Iedereen die zich wil inschakelen in de strijd voor de revolutie moet zich stellen op de klassepositie van de arbeiders-klasse en moet bij zichzelf en bij zijn kameraden alle resten van burgerlijke en kleinburgerlijke opvattingen bestrijden. Zolang men zich bewust of onbewust zet (al is het maar voor een deel) op de klassepositie van de burgerij of de kleinbur-gerij is men niet geneigd zich volledig in te zetten voor de revolutie. Want het is alleen de arbeiderklasse die er alle belang bij heeft dat de revolutie zo snel mogelijk, zo radikaal mogelijk en zo volledig mogelijk gevoerd wordt. De burgerij wil in feite geen omverwerping van het kapitalisme. De kleinburgerij heeft er geen belang bij om de revolutie zo ver en volledig mogelijk te voeren. Het wapen van de arbeidersklasse dat revolutie wil voeren is het dialectisch en historisch materialisme dat algemeen samengevat is in de revolutionaire kennistheorie behandeld in de teksten “Over de praktijk”en “Over de tegenstelling” van Mao Zedong. [1]De foute opvattingen over wat dialectisch en historisch materialisme is of van wat de revolutionaire kennistheorie is leidde in een later stadium tot het niet corrigeren van essentiele fouten in het programma van de PVDA. Het voortbestaan van de strijd tussen twee lijnen, maar het niet actief leiden en voeren ervan leidde tot programmapunten die in tegenspraak zijn met elkaar en tot dubbelzinnigheden en tot een vorm van dogmatisme (het “aanpassen” van de wetenschappelijk metode zodat de foute opvattingen konden blijven bestaan ook al kwamen ze niet in overeenstemming met de realiteit.

Onder invloed en initiatief van de revolutionaire fractie in de PVDA kwam het tot een actieve en geleide strijd tussen twee lijnen in 1983, op en na het tweede Congres: de strijd tegen “de liquidatiestroming”. Dit leidde tot de weerlegging en de strijd tegen wat men kan noemen: het “nieuwe reformisme”(die het marxisme afdeed als achterhaald en uit de tijd). Maar elementen van revisionisme bleven bestaan en zijn toen niet (genoeg) weerlegd of bestreden. Het blijkt dat er door het autentiek revolutionair gedeelte van de partij wél strijd werd gevoerd tegen de burgerlijke lijn. Dit blijkt uit tegenstrijdigheden in het programma van 1979 en de congres-teksten van het tweede congres. Daar blijkt eenheid binnen de partij tegen alle vormen van “nieuw reformisme”. Maar de strijd tegen het “revisionisme” blijft onbeslecht. Zo is de tekst van het 2e Congres in 1983Partijopvatting” een wapen in de strijd voor de uitbouw van een organisatie op basis van principes die consequent de belangen dient van de arbeidersklasse inzake omverwerping van het kapitalisme en voor revolutie en dus IN FEITE de strijd OOK inhoud tegen het revisionisme. De congresteksten “de liquidatiestroming binnen de marxistisch-leninistische beweging” en de tekst “Partij en Front” voeren wél consequent strijd tegen wat men kan noemen “het nieuwe reformisme” maar voeren GEEN strijd tegen het revisionisme ofwel slechts halfslachtig. Zo blijft het revisionisme bestaan en ontwikkelt zich verder en is de strijd tussen twee lijnen vanuit het standpunt van de arbeidersklasse gezien eerder een terugtocht of geëvolueerd naar een louter defensieve strijd en vanuit het standpunt van de burgerij een zich ontwikkelende strijd en een aanval.

Dit revisionisme bestond uit een AANPASSING, VERVORMING en UITHOLLING van een correcte toepassing van het dialectisch en historisch materialisme. Hoewel naar de achtergrond gedrongen en geminimaliseerd doordat zij niet actief geleid wordt vanuit de hoogste leiding blijft de strijd tussen twee lijnen nog wel onderhuids woeden. Daar waar de twee lijnen binnen de PVDA NAAST ELKAAR bestaan in bijvoorbeeld “Dossier Klassenstrijd”, drie artikels die een bilan maken van de partijwerking in de staking tegen het Globaal Plan in Marxistische Studies no 26, november 1995, haalt de revisionistische opvatting over “het marxisme-leninisme toepassen” de BOVENHAND in vooral het TOEPASSEN van de congrestekst van het Vijfde Congres(1995) “De Partij van de Revolutie”. (kort: men haalt en past toe ALLEEN hoofstuk III, deel 3 uit het geheel dat “Partij van de Revolutie” vormt)
In het kader van een kritiek op de lijn van Peter Mertens ga ik hierover nu niet verder uitwijden. Ik zal dit uitgebreid doen in andere teksten.

Lees nu het volgend artikel. De draad kwijt, ga dan terug naar het eerste artikel uit de reeks “Anti-Mertens”.


[1] De ENIGE die hier in de jaren 90 probeerde een bilan van op te maken, strijd te voeren tegen het revisionisme en in feite (als hij het heeft over een de ontwikkeling van het “maoisme” in AMADA en de PVDA) probeert de kiemen van die ontwikkeling bloot te leggen…. is toenmalig voorzitter Ludo Martens. Is hij tegengewerkt door bepaalde kaders, in zijn poging om IN de PVDA een gelijkaardige strijd tussen twee lijnen te voeren zoals dit werd gedaan tijdens de strijd tegen UCMLB en de strijd tegen de liquidatiestroming in 1983? Er werd gewoon altijd héél formeel de studie aanbevolen van de teksten van Ludo Martens en hun titel werd altijd gewoon genoemd op congressen.

Geen opmerkingen: