donderdag 6 maart 2008

Anti-Mertens (10): Peter Mertens tegen electoralisme Nadine RR, predikt ZELF electoralisme


Peter Mertens gaat verder met zijn “marxistische” analyse:

“De ‘autonomie’ van de niet gesyndiceerde arbeider, het naakte ‘antagonisme’ om zonder klassenorganisatie het kapitaal te confronteren, is met andere woorden geen macht maar onmacht. Het is geen kracht, maar een zwakte.
In haar boek No Logo beschrijft Naomi Klein met veel kleur de situatie van de Mexicaanse maquiladores, van de Indische sweat-shops en van de deeltijdse, precaire, onderbetaalde en onbeschermde arbeid elders. Toch klinkt de conclusie uit haar verhaal bitter. In het tijdperk van de TNO’s is de ‘nieuwe arbeidersklasse’ versplinterd, ongeorganiseerd, hulpeloos. Dezelfde ontgoocheling of bittere toon proef je bij Nadine Rosa-Rosso. Tegen de ‘pletwals van de multinationals’, tegenover ‘de nieuwe wereldorde, die als een allesvernietigende orkaan van de overkant van de Atlantische Oceaan is overgewaaid’, is haast geen kruit gewassen.[1] Terwijl het kapitaal als almachtig wordt voorgesteld, beschrijft Nadine Rosa-Rosso de arbeidersbeweging als wegsmeltende sneeuw in de zon, natuurlijkerwijze verzwakt door de industriële mutaties: ‘De versnelde deïndustrialisatie van hele regio’s in Europa heeft natuurlijk een verzwakking van de arbeidersbeweging tot gevolg.’[2]
John Cortez, een magazijnier in de grote UPS-terminal op de luchthaven van Oakland, weet wat flexibiliteit, deeltijds en onderbetaald werk zijn: ‘Ik heb een vrouw en tien kinderen. Het is niet genoeg om de rekeningen te betalen. We werken allebei, en hebben toch nog regeringshulp nodig om te overleven. Het is ondraaglijk geworden.’ Bij UPS werkt meer dan de helft deeltijds, voor een gemiddelde van 9 à 11 dollar per uur. De hele shipping industry (verzending) met UPS, FedEx en Post Office is gebouwd op zulk tijdelijk en onderbetaald werk. Op 4 augustus 1997 gingen 185.000 arbeiders en arbeidsters van UPS in staking. Die werd geleid door hun vakbond, de Teamsters. 185.000 vooral jonge arbeiders, zwarten, latino’s en blanken, legden in alle grote steden, van New York tot Los Angeles, van Seattle tot Houston, één van de grootste TNO’s lam. Een commentator schrijft: ‘De belangrijkste factor daarentegen die de staking van UPS onderscheidt van vorige stakingen in de laatste 15 jaar en een van de belangrijkste redenen voor het succes ervan was dat het een offensieve en geen defensieve staking was. De vakbond was voorbereid, vocht voor zijn eigen doelstellingen en steunde in de strijd overwegend op de inspanningen van zijn leden. (…) Aan het begin van de staking wist de overweldigende meerderheid van de Teamsters waarvoor ze vocht en had haar eigen voorbereidselen getroffen. Het gevolg was – en deze informatie komt van het bedrijf zelf – dat niet meer dan vier- of vijfduizend van de 185.000 leden het stakingspiket doorbraken.’ De staking legde 12 miljoen leveringen stil, en dat had gevolgen voor 1,16 miljoen bedrijven in het land. De directie dreigde ermee duizenden stakers te ontslaan en kondigde aan dat ze vervangers zou zoeken. De stakerskas kon de stakers slechts 55 dollar per week uitbetalen. Toch hielden de Teamsters voet bij stuk, en na twee weken ging de directie overstag. Magazijnier John Cortez en zijn collega’s verkregen 10.000 nieuwe fulltime banen en gemiddeld 40 procent loonsverhoging voor de deeltijdse werkers.
Daarmee bewezen de Teamsters dat collectief en offensief verzet ook vandaag perspectief biedt. De Financial Times had het over ‘een nieuwe geest van zelfvertrouwen’ bij de vakbondsmilitanten, dankzij ‘de opmerkelijke overwinning van de Teamsters in de staking tegen UPS’. De beurskrant besloot dat deze ‘nieuwe geest’ ‘nu misschien een ommekeer maakt na een lange periode van achteruitgang’. De Teamsters weerleggen op levendige wijze de standpunten dat in ‘helse arbeidsomstandigheden’ haast geen organisatie meer mogelijk is, en dat structurele veranderingen in de industrie automatisch naar een verzwakking van de arbeidersbeweging leiden.”

Peter Mertens schuift heel handig wég van de inzet van de essentiële diskussie over de taak van de communisten en hoe in iedere strijd werken om die strijd een stap te doen zijn naar revolutie en niet louter en alleen werken in de strijd “zo strijdbaar en hardnekkig mogelijk” rond economische eisen. Peter Mertens zegt alleen maar: “Er is geen verzwakking van de arbeidersbeweging gezien de toenemende syndikalisatie en het toenemen van stakingen”.
En de “hardnekkige strijd” tegen het reformisme BINNEN de vakbond waar Lenin toe oproept? Of om de vakbond(en) ÉÉN te maken, OM TE VORMEN of te VERNIEUWEN, zoals Marx zei tot “een georganiseerde kracht tot vernietiging van het systeem van loonarbeid en de macht van het kapitaal zelf” (hetgeen eigenlijk ook de inzet was van de Beweging Voor Vakbondsvernieuwing initiatief van de sindikale delegatie van de Forges de Clabecq – een initiatief waar de PVDA , en eerder Jo Cottenier, Kris en Paula Hertogen méér over zouden weten te vertellen… maar het helaas niet doen, dan Peter Mertens er over kan bijeenzeuren)

“Ja maar, zal men antwoorden, wat dan in regio’s zoals Pas de Calais waar de traditionele industriële sectoren verdwenen zijn en heel het industriële landschap werd herschapen in een geheel van kleinere bedrijven met minder beschermde arbeiders? ‘180.000 jongeren zijn werkloos. Ik ken jongens die al jaren interimmen. Of ze hebben een IBO-contract. Na twee evaluaties krijg je zogezegd een vast contract. Maar wat gebeurt er? De eerste evaluatie is schitterend, en bij de tweede evaluatie blijk je plots niet meer te voldoen en sta je aan de deur. De volgende! En opnieuw een premie voor de patroon.’ Zo hoor je ook bij ons. Hoe die jongeren organiseren?
Of het nu gaat om IT-bedrijven, farmaceutische ondernemingen, callcentra, onderhoudsfirma’s of logistieke ondernemingen, ook daar – hoe moeilijk het ook is, en hoeveel geduld het ook vraagt – moet een nieuwe generatie syndicalisten pionierswerk verrichten. Om het bestaan van een vakbond af te dwingen, voor vakbondsrechten en om een klassenbewustzijn te vormen. Zij kunnen zich optrekken aan de ervaring, de slagkracht en de organisatorische kunde van de syndicalisten in de grote bedrijven. Want al ontstaan er – ook in België – nieuwe regio’s met kleine onbeschermde sectoren, toch blijven de grotere concentraties van arbeidskrachten bestaan.
Ook vandaag nog is het leeuwendeel van het industrieproletariaat ‘georganiseerd’ in bedrijven van meer dan 250 arbeiders. In de Verenigde Staten, Duitsland en België meer dan de helft, in Frankrijk en in het Verenigd Koninkrijk ongeveer de helft, en in Nederland, Japan en Italië ongeveer een derde[3]
In onze partij hebben we gedurende een hele periode het werk aan de grote bedrijven verwaarloosd. Dat werd geanalyseerd in de Verkiezingsbalans Resist.[4] De grote sectoren kunnen een baken vormen voor de kleinere bedrijven. Zoals het staalbedrijf Clabecq dat deed voor de hele regio, of zoals Caterpillar die rol vervult in de streek van Charleroi, of Ford Genk in Limburg...
Paul Buchanan van de Universiteit van Auckland schrijft: ‘In de meeste stakingen eisten de werkers in het begin meestal vertegenwoordiging (dit wil zeggen de erkenning van onafhankelijke vakbonden die konden onderhandelen over hun eisen) en burgerrechten (vermindering van de repressie en intrekking van de autoritaire arbeids- en veiligheidswetgeving die de politieke activiteiten van de vakbonden of van andere sociale groepen aan banden legde) en niet zozeer brood en boter. (…) Eenvoudig gezegd: de erkenning van de vakbonden beïnvloedt de lonen in gunstige zin, dit wil zeggen dat een politieke staking uiteindelijk ook materiële beloningen oplevert.’
Uit de staking werd de KAGTU (Korean Alliance of Genuine Trade Unions) geboren. Zij werd in 1995 gereorganiseerd onder de naam Korean Confederation of Trade Unions (KCTU) en hoewel ze sinds 1990 als strijdbare vakbond aanwezig is, werd ze toch pas gelegaliseerd in 1999, na de nieuwe grote stakingen van 1998. Buchanan: ‘Dit patroon van politieke agitatie dat de weg plaveide voor vooruitgang op materieel en organisatorisch vlak, deed zich opnieuw voor bij de algemene mobilisatie van december 1997 tot januari 1998, toen Zuid-Korea zo goed als volledig lamgelegd werd door een golf van stakingen. Meer dan drie miljoen werkers protesteerden tegen de anti-vakbondswetgeving die hun zonder parlementaire goedkeuring of voorafgaande aankondiging van Kim Young-sams regering door de strot was geduwd. Nadat andere sociale bewegingen zich bij het protest tegen deze ondemocratische werkwijze aangesloten hadden, gaf de regering toe en trok de wetgeving in. Ook verhoogde ze over heel de lijn de lonen, zowel voor de ambtenaren als voor de werknemers van de privé-sector.’
Daarmee krijgt ook Lenins Brief aan een kameraad volle actualiteitswaarde. Hij schrijft: ‘De voornaamste kracht van de beweging ligt hierin dat de arbeiders van de grote bedrijven zijn georganiseerd, want de grote bedrijven omvatten niet alleen naar aantal maar nog veel meer naar invloed, ontwikkeling en strijdvaardigheid het doorslaggevende deel van de arbeidersklasse.’

Peter Mertens:” In onze partij hebben we gedurende een hele periode het werk aan de grote bedrijven verwaarloosd. Dat werd geanalyseerd in de Verkiezingsbalans ResistZo`n 11 maanden na de verkiezingen(!), op 21 maart 2004, maakt het Centraal Comitee van de PVDA haar bilan van de verkiezingscampagne in 2003: Geamendeerd verkiezingsbilan van het electoraal debacle van de lijst Resist.

“….het bilan Resist is in die mate belangrijk omdat tijdens de kiescampagne het grootste deel van het werk en de tijd van de partijleiding in het initiatief Resist werd gestoken enerzijds en omdat de resultaten ervan zeer slecht zijn anderzijds…. “De juistheid en het gelijk van de partij moet blijken uit de practijk en uit de feiten. Indien men hiervan niet vertrekt is geen vooruitgang mogelijk”.[5] De verkiezingen van Resist zijn een grote verkiezingsnederlaag voor de communisten. “..Om de ernst van het verlies te begrijpen moet men de centrale assen van het werk van een bolsjewistische partij terug bovenhalen.”…
De dialectiek gebiedt ons eerst op zoek te gaan naar de hoofdfouten. De kiescampagne Resist drukt voor alles een kleinburgerlijke lijn uit. Tijdens de Resist-campagne kwam die lijn tot uiting

1. in een elitaire en intellectualistische partijopvatting die het democratisch centralisme en de massalijn verwerpt

2. in een uit de weg gaan van het moeilijk opbouwwerk onder de arbeidersklasse

3. in een radicalistische, linkse confrontatiestrategie

4. in een éénzijdig centraal zetten van de oorlog

5. in het ondergeschikt maken van de partij aan het front

Dat zijn de hoofdfouten die door Resist aan de oppervlakte zijn gebracht. Om een fout recht te treken, om een ziekte te overwinnen, moet eerst een scherpe analyse gemaakt worden. Geen ernstige lessen trekken uit de grote verkiezingsnederlaag met Resist, blokkeert elke vooruitgang. De dialectiek betekent dat het verkeerde in het juiste kan omgebogen worden, de dialectiek leett dat een juiste lijn maat ontstaat in strijd met een verkeerde lijn.….
De kiescampagne drukt voor alles een kleinburgerlijke lijn uit….Een intelectualistische en elitaire partijopvatting, sectaire en elitaire partijopvatting
…Vanaf het eerste moment dat de idee voor een frontlijst gelanceerd werd kreeg de leiding verschillende stemmen van verzet te horen vanuit de basis van de partij. Leden die ons vertelden dat dit niet ging passeren op het niveau van de massa`s, dat we zo op een electorale afstraffing afstevenden, dat we geen mengelmoes moesten maken tussen een front tegen de oorlog en een verkiezingsfront. “de situatie is niet rijp, zelfs bij migranten is er zeer veel diskussie. Er is inderdaad een kleine laag radicalen. Maar we onderschatten het werk van de tegenstander. Er is ook veel kritiek. Een verkiezingscampagne is de campagne waar de partij zich tot een breed publiek richt. Ik denk dat in dat publiek het niet aangepast is om in een front met AEL te werken.”… In plaats van te centraliseren wat juist en waardevol was in het advies van de basis, heeft de partijleiding haar keuze voor Resist herbevestigd en een argumentatielijst opgesteld voor het Zevende Congres om de kritieken en vragen te weerleggen. In die omstandigheden hebben 88% van de afgevaardigden tog nog vijf voorwaarden gesteld om de lijst te vormen…. De partijleiding heeft de kritieken en de stemming van de afgevaardigden commissie in Antwerpen verworpen en géén rekening gehouden met de stem van haar basis. Uit deze feiten blijkt een sectaire en elitaire partijopvatting. Het is een partijopvatting die uitgaat van de “alwetendheid” van de leiding, reeds grkritiseerd op het Tweede Partijcongres…. Het is ook een partijopvatting die de partij een “eenrichtingsverkeer” van top naar basis oplegt…Aan de hand van de centralisatie van correcte standpunten en ideeën wordt een ééngemaakte lijn en planning uitgewerkt….
In plaats van de massalijn toe te passen heeft de leiding haar wensen voor werkelijkheid genomen.
In de argumentatie voor Resist stelde de partijleiding met klem: “ We winnen aan eenheid van de werkende klasse.” Dat was de idee. In de feiten zagen de communistische arbeiders – die vechten voor deze eenheid in alle dagdagelijkse strijdbewegingen – van Umicore, BASF, Degussa, Stan Antwerpen die samenwerking helemaak niet zitten en is er dus ook nooit – behalve een beetje bij Opel – samenwerking geweest! Dat is de praktijk…
De enquetes waren in Herstal, Hoboken en Zelzate dé instrumenten om de feitelijke graad van bewustzijn van de hele nassa te meten. Dat was een centrale les die uit onze eigen practijk komt…
Wie de wisselwerking tussen praktijk-theorie-praktijk ontkent verwerpt de massalijn. Dat werd door bepaalde kameraden in de leiding getheoretiseerd in de stelling dat de massalijn ondergeschikt is aan de politieke lijn. De massalijn ondergeschikt maken aan de politieke lijn betekent de politieke lijn in het ijle uitwerken, betekent het bevriezen van de politieke lijn teen elke invloed erop vanuit de massa…. Dat is intelectualisme dat vertrekt vanuit de ideeënwereld en dat de praktijk enkel dat zoekt wat in de eigen ideeënwereld past. En dat wat niet in de ideeënwereld past moet bestreden worden en moet weerlegd worden….
De massalijn heeft niet alleen de functie na te gaan hoe de lijn van de partij best onder de massa`s te verspreiden. Ze heeft evengoed als functie, omgekeerd, om de lijn van de partij te nuanceren, éénzijdige interpretaties ervan op te sporen, ze te helpen ontwikkelen of zelfs om ze te herzien. Wij moeten alle ideeën die onder massa`s leven aandachtig onderzoeken, en daaruit de verst gevorderde ideeën concentreren waarrond de massa`s te verenigen zijn, onderling en met de partij. De “lijn van de partij”is geen abstracte theoretische waarheid, die in het absolute juist (of fout) is. Ze moet een leidraad zijn voor de revolutionaire mobilisatie van de massa`s in concrete onstandigheden en om de massa`s toe te laten in de partij hun voorhoede te erkennen. Als ze dat niet is, is ze mis (eenzijdig of helemaal fout). Dan moet ze gecorrigeerd of zelfs totaal veranderd worden, en opnieuw getoetst worden onder de massa`s en in de klassenstrijd. Aan revolutionaire politiek doen, betekent juist zich bekwamen om die twee, schijnbaar tegengestelde aspecten van zowel de massalijn asl het democratisch centralisme zo juist mogelijk te beheersen….
Antiracisme en de kiescampagne….Het is correct te werken aan de eenheid van de arbeidersklasse
De PVDA heeft de plicht te werken aan de eenheid van alle arbeiders en het racisme te bekampen. In de strijd tegen de oorlog was het correct om samen te werken met de AEL. De AEL is er voor het eerst sinds lang in geslaagd grote groepen jongeren te politiserenm naar politieke meetings te brengen, te doen nadenken. Zij zijn er in geslaagd een grote groep te disciplineren en te organiseren, concepten die afwezig ziijn door de situatie van permanente uitsluiting in school en op werk. Ze hebben tientallen jongeren uit de kleine criminaliteit getrokkenm opnieuw fierheid gegeven en collectief leren strijden.
De eenheid van het proletariaat is een essentiële zaak. Maar Resist leert ons dat de eenheid niet kan gedecreteerd worden van bovenaf.. Ze gebeurt op basis van gezamelijke ervaringen.
Want “bij elke racistische rel is het uitslaande brand. Dat kunnen we toch niet in een periode van verkiezingen oplossen. Dat is onszelf met de rug tegen de muur zetten.”
“Frontale aanvallen op het racisme zijn niet uigesloten. Maar een belangrijk tactisch principe stelt dat men altijd goed moet analyseren wanneer men aanvalt en wanneer niet. ..De wil om de wetten van de tactiek te begrijpen hangt vaak samen met de wil om te winnenm om tactische resultaten te boeken. Tactiek is in wezen het zoeken van de juiste wegm en omwegm de juiste middelen en het juiste moment om een bepaald doel te bereiken.”
….Het is fout het communistisch standpunt over de internationale arbeiderscultuur te laten vallen
Om steeds meer de arbeidersklasse van de grote bedrijven te verlaten voor andere doelpublieken, beweerden sommige kameraden dat we geen “klassenanalyse hebben. Om het standpunt van de internationale arbeiderskultuur te verlaten, heweerden sommige kameraden dat we geen marxistische “programma” hebben over cultuur en identiteit. Niets is minder waar. Het probleem is dat we onze visie hebben “vergeten”, ze niet hebben geschoold in de partij, in Solidair en dat we zo achter het kleinburgerlijk nationalisme van AEL hebben gelopen….
Het leidt geen twijfel dat zeker na
11 september 2001 de situatie van arbeiders van Arabische afkomst ook in Europa is verslechterd. Afdankingen, controles, razzia`s, weigeringen in scholenm politiewetten zijn opgedreven en in de media volgde een golf van anti-Arabisch racisme. De afkeer van het Amerikaans imperialisme en van het Europees chauvinisme van de arbeiders van Arabische herkomst … is volkomen terecht. Het communistisch antwoord kan niet zijn: het terugplooien op zichzelf., het trachten te onttrekken aan de Europese arbeidersbewegingm wat trouwens historisch en economisch onmogelijk is.
AEL gaat in tegen het rad van de geschiedenis, wanneer zij die historische ontwikkeling van internationale “integratie”van de arbeidersklassse willen terugschroeven en de arbeiders van Marokaanse afkomst uit Opel, Ford, Unicore in de eerste plaats op basis van hun “nationale identiteit”willen organiseren…
En daarmee zijn we achter het kleinburgerlijk nationalisme van AEL over eigen identiteitm eigen moslimscholen en eigen autonome cultuur gelopen….
Het Resist-programma bepaalde dat “elke vorm van etnocentrische en dominante cultuur wordt verworpen”. De AEL heeft dat ingevuld door de “eigen autonome cultuur” met inbegrip van “eigen”scholen (moslimscholen) en “eigen”jeugdbewegingen (moslimscouts) naar voor geschoven. Daartegenover heeft de PVDA niet haar programma van internationalistische arbeiderscultuur geschoven…”

Bespreking van het “Geamendeerd verkiezingsbilan van het electoraal debacle van de lijst Resist”

Een revolutionaire partij maakt bilans van o.a. bepaalde campagnes die min of meer afgezonderd kunnen bekeken worden hoewel “een campagne” nooit samenvalt met de gehele werking van de partij gedurende dezelfde periode als “een campagne” loopt. Normaal kun je verwachten dat een revolutionaire partij een bilan maakt over een min of meer afgelijnde tijdsperiode en over de ontwikkeling van al dan niet revolutionair bewustzijn bij de werkers en de positieve en dus goede (of negatieve en dus foute) invloed dat de GEHELE werking hierop gehad heeft. De referentie hierbij is ALTIJD de fundamentele en concrete strategie, vervat in haar fundamenteel en concreet en uitgewerkt programma dat een analyse maakt van het tijdsgewricht waarin de communisten en de communistische partij zich bevind, hoe haar ontwikkeling tot welke concrete toestand van het kapitalisme heeft gevoerd en hoe de algemene taken heel concreet en ondubbelzinning worden gemaakt voor de communisten en haar partij.
Zo kan een bilan leiden tot conclusies dat de uitgangssituatie waarover het fundamenteel programma en haar fundamentele strategie sterk gewijzigd is en dat er wijzigingen moeten komen. Die worden dan zo snel mogelijk doorgevoerd en bekrachtigd door een congres. Meestal, als het inzicht in het gebruik van het dialectisch en historisch materialisme correct is, blijkt een fundamentele strategie en fundamenteel programma de leidraad tot na de revolutie die de bewuste communistische partij zich tot taak heeft gesteld.

“Hoofdfout(en)” is of zijn de belangrijkste fout(en) in het toepassen van het fundamenteel programma, of in het zetten van stappen naar de revolutie. Het doorvoeren van revolutie is de hoofdtaak van de communisten en het inwerken en leiden van de klassenstrijd daar naar toe “het hoofdprobleem”
Als men zijn eigen “hoofdprobleen” ontwerpt is men IN FEITE idealistisch bezig omdat men IN FEITE een eigen en dus ideële wereld als werkelijke materialistische wereld beschouwd.
Een uitslag bij verkiezingen waarbij het stemmenaantal minder is dan een voorgaande verkiezing wordt in het bilan van RESIST voorgesteld als HOOFDPROBLEEM waar de partij zich op moet richten. Hoe dialectisch de daaropvolgende analyse ook klinkt en hoeveel referenties er ook zijn naar uitspraken van Lenin en Mao en verwijzingen naar teksten van de PVDA zelf, het blijft toepassen van IDEALISME.
Met het aanhalen van een zin (het “plukken” van teksten = eclecticisme) uit een tekst van het 2e congres(PVDA, Congresdokumenten, Organisatieteksten (Deel 1), Deel II. Demokratisch Centralisme, II,19. , Tweede Congres, 1983) wordt ZONDER HET ALS ZODANIG TE FORMULEREN gesteld: het percentage van de stemmen, of het aantal stemmen dat de partij haalt zijn een BAROMETER voor de WERKING van de partij.
Men stelt: de “verkiezingsnederlaag” is het HOOFDprobleem. (voor burgerllijke electorale partijen is dat inderdaad zo…). Uit een analyse vertrekkend van dit vooropgesteld HOOFDprobleem concludeert men “de kieskampagne drukt voor alles een kleinburgerlijke lijn uit”. En de partij als geheel: heeft die een revolutionaire lijn? Zo ja, in hoeverre lag die aan de basis van de verkiezingscampagne en in hoeverre werd daar, eventueel op basis van welke kleinburgelijke opvattingen, vanaf geweken? Zo nee, dan ligt DAAR het hoofdprobleem: als de partij geen duidelijk concreet en fundamenteel programma heeft dan kan niets voorkomen dat “een verkiezingscampagne” kleinburgerlijk ontspoort.

Maar de lijn die de revisionisten willen doordrukken (wetende dat de PVDA GEEN fundamenteel programma meer heeft) is:
“formeel” is iedereen in de partij het “eens over de fundamentele strategie” (die er in feite NIET IS!), dus zouden “fouten” of “links”of “rechts”opportunisme te wijten zijn aan:

- Een foute TOEPASSING van die strategie: gauchistisch of intelectualistisch, spontaneistisch of economistisch of sectair of bureaucratisch of….enz. Aanwezige eventuele bestaande fouten in die zin, worden zo gelijk verheven tot HOOFDFOUT

- Een foute werking van bepaalde KADERS, waardoor de partijleden een “verkeerd” activisme ontwikkelen

- De diskussie stellen over het fundamenteel programma midden in een campagne of staking is intelectualisme (en men zit altijd “midden in een campagne”, wegens het gekoesterd activisme)

- Principieel vasthouden aan de diskussie over het fundamenteel programma is “vasthouden aan het intelectualisme, gauchisme, sectarisme…..” Het uiteindelijk weigeren om in blind activisme zich in een campagne te storten waarvan de leiding niet meer kan uitleggen in hoeverre dit politiek en organisatorisch stappen zet naar de revolutie… is “de autoriteit niet erkennen van hogere organen en de richtlijnen niet opvolgen”… en dus “antistatutair”… reden om uit de partij gezet te worden!.

In ieder geval: de diskussie of de analyse MAG IN GEEN GEVAL leiden tot de politieke strijd “over welke fundamentele en concrete strategie naar de revolutie, die de partij moet leiden, moet de partij een eenheid hebben” De revisionisten zullen elke diskussie HIEROVER zo veel mogelijk tegen houden of zo lang mogelijk vooruit schuiven.
Daar waar het verkiezingsbilan stelt dat de kiescampagne een kleinburgelijke lijn uitdrukken, is het verkiezingsbilan ZELF doordrongen van een opportunistische electoralistische lijn.
Het front met de AEL wordt afgewezen omdat het militant antiracisme en het assertief opkomen voor gelijke (burger-) rechten…. stemmen kost. Om de kiezers te behouden die afgeschrikt worden door het militant antiracisme, zou de PVDA aan de allochtonen duidelijk moeten maken “dat ze VOOR ALLES “het terugplooien op zichzelf moeten laten varen”…
Een opportunistische toegift aan de “traditionele kiezers voor de Partij” door in feite te zeggen aan de “allochtonen”: “Pas u aan!”…….

Lees verder in volgend artikel.


[1] De uitdrukkingen komen uit: Nadine Rosa-Rosso. Rassembler les resistances. La rose et le réséda. In Contradictions, nr. 198 Brussel, 4e trimester 2004, blz. 5 en 6.(noot van Peter Mertens)

[2] Nadine Rosa-Rosso. Plate-form à débattre et moyens d’action [3 avril 2004]. Punt 10, blz. 2. Eigen cursivering, Peter Mertens.

[3] In de elektriciteits-, gas- en watersector van de Europese Unie (EU25) is vier vijfde van de arbeidskrachten georganiseerd in bedrijven groter dan 250 man. In de transport- en opslagsector is dat meer dan de helft, en in het geheel van de productie iets minder dan de helft. In de petroleumsector, de chemiesector en de automobielsector werkt telkens meer dan driekwart in grote bedrijven.(noot van Peter Mertens)

[4] Het verkiezingsfront Resist, in hoofdzaak een samenwerking tussen de PVDA en de Arabisch-Europese Liga (AEL) van 18 mei 2003 leidden voor de PVDA tot een totaal electoraal debacle. Met Resist speelde de partij in Antwerpen in één klap 59 % van al haar kiezers kwijt in vergelijking met 1999. Voor heel Vlaanderen liep dit zelfs op tot 71 %. Dat is een verlies van 5.338 stemmen in Antwerpen en van 17.308 stemmen in heel Vlaanderen. Zes maanden nadien, in december van 2003, maakte het Centraal Comité van de PVDA een scherpe zelfkritische balans op van deze nederlaag: ‘De kiescampagne Resist drukt vóór alles een kleinburgerlijke lijn uit. Tijdens de Resist-campagne kwam die lijn tot uiting (a) in een elitaire en intellectualistische partijopvatting die het democratisch centralisme verwerpt, (b) in een uit de weg gaan van het moeilijke opbouwwerk onder de arbeidersklasse, (c) in een radicalistisch linkse confrontatiestrategie, (d) in het éénzijdig centraal stellen van de oorlog waarin een gebrekkige beheersing van de dialectiek tot uiting komt, en (e) in het ondergeschikt maken van de partij aan het front.’ Deze tekst kun je terugvinden in: Centraal Comité van de PVDA, Bilan van het electorale debacle van de lijst Resist, 21 maart 2004. In PVDA, Bijdrage aan de strijd tegen de liquidatielijn van de vroegere algemene secretaris, PVDA-uitgaven, juni 2004, blz. 71-104.(noot van Peter Mertens)

[5] PVDA, Congresdokumenten, Organisatieteksten (Deel 1), Deel II. Demokratisch Centralisme, II,19. (Tweede Congres, 1983)

Geen opmerkingen: