vrijdag 4 april 2008

Arbeidersklasse(6): Lijn Boudewijn Deckers haalde in 2004 overhand op lijn Kris Hertogen


In de eerste twee artikels in deze reeks, beginnend hier, analyseerde ik wat er zat achter de opvatting van PVDA-kader Boudewijn Deckers "naar de arbeidersklasse gaan" en "naar de bedrijven gaan". Deze opvatting over de rol van de arbeidersklasse en de manier waarop communisten zouden moeten werken, wordt verder uitgewerkt door (huidig PVDA-voorzitter Peter Mertens in “De arbeidersklasse in het tijdperk van de transnationale ondernemingen” (Marxistische Studies no 72, 2002, EPO) Ik weerlegde Peter Mertens in een artikelereeks “Anti-Mertens”, beginnend hier.
De diskussie over de politieke lijn voor de PVDA, welke strijd moet de PVDA hoe ontwikkelen, komt héél concreet naar voren in de strijd "voor een andere energiepolitiek" zoals Tom De Meester die onder invloed van Boudewijn Deckers ze opvat. (zie op pvda.be de artikels over “verlaging van BTW van 21% naar 6% van electriciteitsprijzen”)

Tot de jaren '80 ontwikkelde de PVDA een héél andere manier van werken als communistische partij. Hoe Jan Grauwels en Luc Cieters hebben opgetreden, hoe ze hebben gewerkt, als (voorhoede-)mijnwerker onder de mijnwerkers, is voor een groot deel het resultaat van de jaren werking van AMADA en de PVDA, hun individuele arbeiders-militanten en kaders, zoals we de als voorbeeld de duidelijk openlijk gekende kunnen noemen: Herman Vermeulen, ("Pipo") Roger Saeys, en PVDA-kader Kris Hertogen. De opvattingen die Boudewijn Deckers toen wellicht al had, heeft hij toen héél stil gehouden, ofwel kreeg hij er geen meerderheid achter op congressen. Ik zal later nog aantonen hoe Boudewijn Deckers op het Vijjfde Congres van de PVDA in 1995, TOCH zijn opvattingen kon “binnenloodsen”, blijkbaar door gebrek aan waakzaamheid van de afgevaardigden toen (waaraan, ik beken het eerlijk, ik toen als afgevaardigde blijkbaar medeschuldig ben geweest).
Herman Vermeulen is in 2004 uit de PVDA gezet, die toen onder leiding was van …Algemeen Secretaris Boudewijn Deckers. Kris Hertogen is blijkbaar niet opgewassen gebleken tegen de revisionistische golf die de PVDA overspoelde sinds 2004. Één van de redenen is het politiek suivisme van bepaalde kaders. Bijvoorbeeld van een PVDA-kader als Joris Van Gorp. Samen met Kris Hertogen was hij lange tijd medeverantwoordelijk voor de werking van de arbeiders-militanten in de bedrijven en de vakbonden. Hij schreef mee aan "Dossier Klassenstrijd", Marxistische Studies no 26, 1994 (zie marx.be)
Nu is hij binnen de "Nieuwe PVDA" van 2008 een gevierd kader en leidt hij provincie Antwerpen. Kritiek op de huidige lijn van de PVDA, wil hij gewoon niet horen, of lezen. Hij "beveelt" mij hem van mijn mailinglijst te halen.
Ik wil nu niet HIER de analyse maken over wat fout of correct, wat revolutionair en wat opportunistisch was aan de werking van vroeger en hier nu niet analyseren waarom bijvoorbeeld Kris Hertogen niet opgewassen blijkt tegen het revisionisme van Boudewijn Deckers. Dat doe ik elders.
Hier geef ik het woord aan Jan Grauwels en Luc Cieters, waar ze in feite brandhout maken van de opvattingen van Boudewijn Deckers. (er zijn in die jaren '80 géén artikels gepubliceerd door Boudewijn Deckers - door Kris Hertogen wél - over stakingen, concrete klassenstrijd of zelfs maar een interview met Jan Grauwels of Jan Cap…)

Jan Grauwels en Luc Cieters in "De slag om de mijnen, p. 48-56.:

"Dertig jaar geleden hield de ABVV zijn spraakmakend congres over "Holdings en economische democratie". André Renard besloot in zijn naschrift op de congresdocumenten dat de holdings in België "een werkelijke dictatuur uitoefenen". "Men moet een einde maken aan deze dictatuur.. (en) het domein van de holdings overdragen aan de natie".
Al is de economische concentratie rond de holdings duizelingwekkend toegenomen, vandaag de dag moet je lang speuren om in de top van de ABVV zelfs nog maar een echo van deze ideeën van 1956 terug te vinden. Het is nochtans rond dat thema dat veel mijnwerkers een antwoord hebben gevonden op het grote ideologische offensief van de mijnensluiters.
Vanaf april '86 vond je op de helmen van de mijnwerkers stickers met dit ordewoord: 'De Generate moet betalen'. Dat was het resultaat van een intense 'tegencampagne'. Alle provocerende uitspraken tegen de mijnwerkers werden aangegrepen en 'van de nodige commentaar voorzien'. Dit intense werk van discussie en overtuiging leidde tot een radicalisering van de basis. De Generale Maatschappij, deze van oudsher geduchte tegenstandster van de opeenvolgende mijnwerkers-generaties, kwam opnieuw in het vizier van de Limburgse mijnwerkers. Van 30 januari tot I mei 1986 verspreidde de PVDA bijvoorbeeld maar liefst 24 pamfletten aan de mijnpoorten. 'Het was muisstil in de waszaal, ieder wilde dadelijk weten wat er in die pamfletten stond'. En zo ging de wens van de oude mijnwerker op het ABVV-congres een beetje in vervulling. De anti-Generale-ideeen die als een verfrissende wind door die pamfletten waaiden, kun je vandaag ongeveer zo samenvatten als de Generale, die stond voor het opgeven in
Limburg van 1,5 miljard ton steenkoolreserves. En tegelijk werden via Petrofina reusachtige steenkoolreserves in de Amerikaanse Appallachen opgekocht. Petrofina-voorzitter Adolphe Demeure de Lespaul had geen moeite zijn aandeelhouders te overtuigen: 'Steenkool is de brandstof voor het tijdperk na de petroleum. Men kan zeggen dat petroleum op industrieel vlak door steenkool zai worden onttroond. Het is op dat ogenblik dat wij klaar moeten zijn. Dan kunnen wij onze slag slaan'l'8 Petrofina had ook al de maatschappij Eurocoal opgekocht voor de verdeling van de Appallachen-kolen in Europa en met name in Belgie.
De Generale, die stond voor een zware lobby voor een achtste kerncentrale, meteen de doodsteek voor een kolencentrale in
Limburg. Terwiji de hete adem van Tsjernobil nog over Europa wolkte met zijn sleep van dood, ziekte en verderf, werd de Generale alleen gefixeerd... door de winstblos op de gezonde wangen van haar elektriciteitsdochters: Ebes, Unerg, Intercom. Een achtste kerncentrale dus. Het nucleaire aandeel van 70% in de energievoorziening -een schitterend wereldrecord voor de Generale- moest nog scherper gesteld. De blos moest nog meer kleuren.
De Generale, die stond voor nog een tweede handelshuis van steenkool namelijk: Transcor. Met Thomas Leysen, jazeker, de zoon van de vader -'een dynastiek trekje' volgens Trends- als directeur.
Zo was er een mijnwerker die op z'n helm iets geknutseld had. Het draaide als een molentje in de wind en droeg de tekst: 'Leysen wil ons nekken, om zijn zoon te spekken'.
Maar er was nog een andere link naar de Generale. De schaalvergroting en internationalisering van het economische leven, de titanenstrijd voor de verovering van de internationale markten midden de apocalyps van de wereldcrisis, de flitsende technologische revolutie, dat alles dwong de Generale Maatschappij -en de andere grote holdings en multinationale bedrijven- naar een nieuwe, aangepaste strategie, die de gedaante zou aannemen van een reusachtig geld- en werkverslindend monster.
Tien jaar lang voerde de Generale Maatschappij een politieke campagne om zich de middelen te kunnen verschaffen voor die nieuwe strategie. Ze ging steeds meer op het gaspedaal duwen. De regering moest het patronaat toelaten om meer en sneller kapitalen te accumuleren. Maar waar moest dat geld vandaan komen? De werklozen, de gepensioneerden, de zieken, de arbeiders... zij betaalden het gelag.
Inleveren om het bedrijfsleven meer zuurstof te geven', zo vatte Wilfried Martens die kampanje samen. Daar bovenop kwam dan nog het budgettaire tekort van de Staat. De globale economie verstikte onder het verpletterende overheidsdeficit. Ook hier kwam Wilfried Martens de Generale tegemoet: 'We moeten alle taboes in de kleedkamer laten. (...) U kent de oorzaken van de kanker van de schuldenlast. De exploitatieverliezen van de openbare bedrijven is er een van.
Men moet dus handelen'.
Het resulteerde in het catastrofale crescendo van dat beroerde Sint- Annajaar 1986. Niemand kon nu nog ontsnappen aan de riot-gun van de volmachten met ondermeer een nieuwe indexsprong, vrije baan voor de flexibiliteit, een kruis over het VSO, verlies van ongeveer 15.000 jobs in het onderwijs (een studie van Mac Kinsey), 10.000 bij de post (een studie van Team Consult), 30.000 bij de NMBS (een studie van SOBEMAP),
5.000 in de scheepsbouw, en dan... de mijnen.
Het geld dat de Staat besteedde aan al die sectoren was voor de haute finance een grote verspilling en moest worden herschikt naar de spitssectoren.

Jan Grauwels (toespraak op het I mei-feest van de PVDA in Brussel in 1986):
"De Generale moet betalen. Ook dat eisen de mijnwerkers. Hoeveel honderden mijnwerkers hebben die slogan niet gescandeerd op de betoging in Hasselt, op onze tocht naar de congressen van de openbare diensten in Brussel?
De saneringsplannen voor de mijnen werden uitgewerkt door het directiecomite van KS. Vier van de zes leden van dat comite zijn pionnen van de Generale. Via deze pionnen en via de regering voert de Generale haar offensief tegen de mijnwerkers. De Generale is ook de grootste aandeelhouder van Petrofina. Deze multinational koopt kolenvelden in Amerika om steenkool in te voeren in Belgie. Dat is eveneens een reden waarom zij de mijnen zo snel mogelijk dicht willen.
De Generale, Andre Leysen, premier Martens en een aantal vakbondsleiders zeggen ons: '20.000 jobs in KS? Dat is niet realistisch'. Ze willen daarmee zeggen: KS kost 13 miljard per jaar, dat is ondoenbaar. De miljoenenfraude van Vanden Boeynants, is dat wel doenbaar? De 300 miljard fraude jaarlijks, de 460 miljard intresten die de Staat jaarlijks aan de bankiers en de rijken uitbetaalt... is dat allemaal wel realistisch?
lk zeg u, 20.000 mijnwerkers, tienduizenden staalarbeiders, de scheepsbouwers, 6.500 leraars, 10.000 postmannen, 30.000 spoorwegarbeiders... de straat opsmijten, dat is ondoenbaar, dat is niet realistisch! Wij moeten een einde maken aan deze politiek. De enige opiossing is een andere, een socialistische maatschappij. Daarom zeg ik: 'Haal het geld waar het zit, bij de banken, bij de holdings! Doe de Generale betalen!' "

Reconversie? Wat we nodig hebben is een politieke reconversie!
Een vakbondsleiding die op een dwaalspoor zit en een basis die zich radicaliseerde. Veel invioedrijke mensen in de mijnwerkerswereld werden in die periode been en weer geslingerd tussen beide, tussen moed en wanhoop, tussen strijdlust en berusting. Zoals de sirenen in het oude Griekenland de voorbijvarende schippers door hun betoverend gezang zochten te lokken en te doden, zo ook klonken nu verleidelijke stemmen die de mijnwerkersbeweging met 'reconversie' en 'vervangende tewerkstelling' in donker water wilden lokken, waar allen jammerlijk zouden verdrinken.
Het SEVI, het studiecentrum van de SP was druk doende met de voorbereiding van een colloquium: 'Reconversie, een geldig alternatief voor KS'.
'Reconversie', het was heel bizar dat plots alle politieke mandatarissen in de mijnstreek dat magische woord in de mond namen: Van Velthoven (SP) en Aerts (CVP), Moens (SP) en Didden (CVP), Dewael (PVV). Want, waarom juist nu? Als men het werkelijk meende met die omschakeling, waarom telde
Limburg dan 75.000 werkzoekenden en een werkloosheid van 23%?
Toch was het aanlokkelijk af te stappen van de eis om behoud van alle arbeidsplaatsen in KS, en 'wat goede wil en soepelheid' te tonen.
Reconversie werd een sleutelwoord bij het debacle van de vakbondsleiders aan de Ronde Tafel. Daar had je Jan Baeyens bijvoorbeeld, de secretaris van de ABVV-mijncentrale. Op
29 oktober 1985 sternde het Statutair Congres van de ABVV-mijncentrale de volgende resolutie: 'Rekening houdend met ondermeer de bevolkingsaangroei in Limburg en de hoge werkloosheidsgraad, kan er niet gedacht worden aan een vermindering van de tewerkstelling in de mijnen'. Maar aan De Morgen van diezelfde 29ste oktober ging Baeyens verklaren: 'Sanering in Limburg meet gekoppeld aan vervangende tewerkstelling'.
Maar ook anderen begonnen, nog schuchter,'de bocht in die richting te nemen. Gerard Bijnens, ACV-delegee van Waterschei, was een van hen. Hij zag de zaken zo: In onze provincie is er een enorm werkloosheidsprobleem. Na Reggio di Calabria is
Limburg de tweede ergst getroffen streek van heel Europa. Als ze de mijnen sluiten wordt Genk een onleefbare stad, net als Liverpool. Genk zai letterlijk ten onder gaan aan zijn sociale problemen. De criminaliteit zai stijgen, en ook het drugprobleem zai groter worden. Veel mensen zullen het psychisch niet meer kunnen volhouden. Afvloeiing kunnen we desnoods nog aanvaarden, maar van afdanking mag in geen geval sprake zijn. Er moet dringend nieuwe werkgelegenheid komen'
En dan had je nog priester Jef Ulburghs. Nu het beslissende uur naderde, stond hij voor een beslissende keuze. De SP-top volgen in de goedkeuring van de sluitingsplannen of... de mijnwerkers steunen, tegen de SP-top in. Ulburghs aarzelde: In
Limburg mag niet geraakt worden aan de tewerkstelling in de mijnen voor er resultaten zichtbaar zijn van reconversie of alternatieve tewerkstelling'."
Maar de radicale ideeen van de meest linkse delegees en de kampanje van de PVDA begonnen meer en meer wortel te schieten bij de gewone mijnwerker. Zo werden veel twijfels en aarzelingen opgevangen en rechtgezet. Jan Grauwels (ABVV) was altijd beginselvast gebleven in zijn standpunt: 'Het is onduldbaar dat er een enkele werkloze bijkomt in een provincie waar 75.000 mensen op zoek zijn naar werk. lk verzet mij niet alleen tegen afdankingen, maar ook tegen afvloeiingen'.
En als kersvers verkozen SP-provincieraadslid vertolkte Lucien Maes van Doorbraak, ABVV-delegee in Waterschei, voor de provincieraad de mening van de mijnwerkers waarmee hij alle dagen leefde, werkte en discussieerde. Een emotionele tussenkornst, recht uit het hart: 1k heb al jaren geluisterd naar wat geleerde professoren en politici over mijn werk, mijn toekornst wisten te vertellen. lk ben een van hen die dagelijks
1.040 meter afdalen om de enige rijkdom van onze provincie boven te halen. Als wij het woord reconversie horen dan zien wij maar een concreet ding voor ogen, we gaan onze job verliezen. Reconversie is een zoethoudertje. Waar staat die kolencentrale van 600 Mega Watt waarmee men ons de oren van de kop heeft gezaagd? Een achtste kerncentrale ja, die zai men bouwen. En waar zullen we in 1995 staan, als onze mijnen zouden worden gesloten?
De gemeenschap zal dan nog altijd betalen voor dure steenkool. Maar het geld zou niet meer voor
Limburg zijn, maar voor de energiernultinationals en voor het Apartheidsregime in Zuid-Afrika'.
Het zag er stilaan naar uit dat ook deze aanval rond 'afvloeiingen' en 'reconversie' werd gecounterd. De mijnwerkers wilden niet toestaan dat er onherstelbare bressen werden geslagen in hun oorspronkelijk eisenprogramma van geen sluitingen, geen afdankingen, geen afvloeiingen. En de reporter van Knack kreeg enkele weken later van
een mijnwerker ongezouten zijn mening: 'Wij lachen met het toverwoord reconversie. Eerst werk voor de 75.000. Wat we nodig hebben, is een politieke reconversie'.
En dan verscheen 'Pipo' Saeys opnieuw op het toneel. Hij wilde de eenheid rond de aloude eisen nog een keer bekrachtigd en betekend zien en lanceerde daarvoor zijn petitie.

Fernand Sannen, ABVV-afgevaardigde en voorzitter van het stakerskomitee in Beringen. (toespraak op het I mei-feest van de PVDA in 1986 in Brussel):

'Als we ons beperken tot de eis 'geen afdankingen', dan zullen onze mijnen binnen tien jaar niet meer bestaan. Martens zelf stelde voor tot de sanering van de mijnen te komen door 1.500 afvloeiingen per jaar. 0m de mijnen te redden moeten we vasthouden aan onze eis: 'geen afvloeiingen'. De vakbondsverantwoordelijken zijn afgestapt van die eis. Nu vragen zij 'een plaats voor KS in Vlaanderen'. Dat zai dan alleen nog een klein plaatsje zijn in het grote safaripark dat men van onze provincie wil maken. Men zegt: "Je moet realist zijn." Zoals bij Cockerill-Sambre? Daar waren in '74 nog 43.000 mensen aan de slag. Dank zij het 'realisme' zijn er nu dertigduizend staalarbeiders minder!
"lk heb in het woordenboek opgezocht wat het woord 'afvloeiing' wil zeggen. Er zijn twee betekenissen: wegstromen, ontslagen worden wegens beperking van het personeel, dat is de eerste betekenis. De tweede is: met vioeipapier droogmaken. Welnu, het vioeipapier is meer dan verzadigd. In
Limburg zijn er 75.000 werkzoekenden. Die zitten allemaal in het vioeipapier van Martens. Nu wil hij er de mijnwerkers nog bijsteken. Dat men het maar vergeet! Wij willen geen safari-park, en wij willen zeker niet de Indianen zijn in dat park".'

Een petitie
In de stille sociale wijk tussen Hengelhoef en Kelchterhoef vind ik de 'thuis' van Roger Saeys. ledereen kent hem als Tipo'. Hij spreekt met een hoge en hese stem. Af en toe streelt hij z'n snor, hij heeft de snor van Walesa.
De draad van 1984 moest weer opgepakt worden. Toen was er nog dat schoon vakbondsprogramma: geen werkplaatsverlies, en zeifs een nieuwe schacht in Waterschei. Bij ons in het ACV zagen sommigen op de hei in As de bulldozers al aan het werk voor die schacht. En verdorie, ze verschenen er nog ook! Maar 't was maar voor de show!
Dan ging alles verwateren. Einde januari 1986 tekende de leiding het principe-akkoord met de regering. We wisten dat er iets niet pluis was. Wat was juist? Het standpunt van 1984: 'geen afbouw', of de ideeen van 1986: 'We moeten rendabel zijn; misschien moeten we toch...?' Wij wilden teruggrijpen naar de ordewoorden van 1984. We stelden een petitie op met de vraag: 'Staat gij nog achter die eisen?'
In onze mijn (Winterslag, n.v.d.r.) aarzelden de delegees om ermee te werken. De mensen van de vriendenkring van de PVDA zijn ermee rondgegaan: onder in de put en in de badzaal. Ze hebben een geweldig pak discussies gevoerd. ledereen, man na man, werd voor de keuze gesteld: 'Wil je de mijn openhouden of geloof je in het fabeltje van de reconversie?' Het was een werk van weken.
In de andere mijnen hebben de delegees en militanten een echte petitieslag gehouden. In Waterschei stonden tien, vijftien man de mensen op te wachten. De petitielijsten lagen al klaar op een rijtje. Gerard Bijnens en Jefke Leurs van het ACV bijvoorbeeld en Janneke Grauwels, Lucien Maes, Tonio Ventura, Cieters en nog anderen van het ABVV: ze hebben allemaal samen de petitie tot een succes gemaakt: meer dan 6.000 handtekeningen! De mensen die later de staking in handen zouden nemen hebben elkaar gevonden in het werk met de petitie. Zo heeft de petitie het eisenprogramma van de staking en de leiding ervan helpen voorbereiden'.
Pipo Saeys, Andre Cant, en nog anderen: speciale figuren in de mijnwerkerswereld, mensen die van de studentenbeweging uit de woelige jaren '60 naar de arbeidersklasse zijn overgestapt.
'De contestatie is viees geworden', zo noernden wij in die tijd de groeiende toenadering tussen studenten en arbeiders. 'Waar is uw alternatief?' had men met overslaande stem naar de 'contesterende' studenten geroepen, in de hoop dat die sprakeloos in een hoekje zouden kruipen. Maar discussierend over de sociale revolutie, begonnen de studenten meer en meer te spreken, te lezen en te schrijven over 'de arbeiders'. Dagen en nachten werden gevuld met urenlange gesprekken, koortsachtig op zoek naar de betekenis van het marxisme in de verschillende maatschappelijke domeinen. De universiteit bleek te klein en te beperkt voor zo'n elan, het was een ivoren toren. Plotseling was er een perspectief: de sociale explosie in
Limburg.
Sinds de zomer van '69 waren enkele studenten onder in de mijnen gaan werken. Ze hadden gezien hoe de vakbonden de eis van 15% lieten vallen. Ze hadden ook goed het algemene ongenoegen opgevangen toen de CAO werd opgelegd waardoor de mijnwerkers in eerste instantie maar 4% kregen. Er groeide een arbeiders-studentenkern en op II december 1969 werd het eerste pamflet -in zes talen- aan alle mijnpoorten uitgedeeld. De pamfletten werden als warme broodjes 'verslonden' en overal in de mijnen opgehangen. Zij gaven richting aan de stakingsbereidheid die almaar groeide... Op 5 januari '70 brak de staking spontaan uit.
Honderden studenten uit
Leuven en Gent spoedden zich naar Limburg. Daaruit groeide in de eerste stakingsweek 'Mijnwerkersmacht'.
De studenten werden met open armen ontvangen. Altijd stond er voor hen bij mijnwerkers thuis een maaltijd en een bed klaar. Op het einde van de staking was er zeifs een wijdvertakt net uitgegroeid waarin de studenten clandestien logeerden om aanhoudingen te vermijden.
Jef Houthuys (ACV) wist helemaal geen blijf met de populariteit van de studenten. 'En laten we in verband met dit conflict nu ook maar eens zeggen dat de studenten ons nu niet moeten komen vertellen wat een vakbond is. We hebben de strijd altijd alleen aangekund en zullen dit nu ook wel weer voor mekaar krijgen. We zijn ervan overtuigd dat onder de studenten, die zich nu solidair verklaren met de mijnwerkers, wel enkele idealisten zitten. Maar dan rijst bij ons arbeiders de vraag wat er van al dat idealisme en al die solidariteit straks nog zal overblijven wanneer deze heren dokter, advocaat, professor, rechter of notaris zullen zijn. Het is maar al te duidelijk gebleken in het verleden dat deze studenten van weleer zich nog bitter weinig om de arbeiders bekommeren'
Houthuys had veel studenten verkeerd ingeschat: Roger Saeys, 'Pipo', was een van hen. In 1986 werd hij, na 16 jaar mijnarbeid, voorzitter van het Centraal Stakerskomitee.
Andere studenten wilden niet in de arbeiderswereld blijven hangen. Zij waren eens 'uit de auto gestapt' om het landschap te bewonderen, maar ze wilden er 'niet blijven wonen'.
Hun bilan: 'De mijnstaking van '70 was niet de voorbode van het grote oproer. Veeleer ging het om een wat late erfenis uit de jaren '60. De climax, maar tevens de zwanezang van de contestatiebeweging'." Woorden van Paul Goossens. Goossens gaat dan wel voorbij aan de heropbloei van de revolutionaire stroming in de arbeidersbeweging vanaf 1970. Uit de samenwerking tussen arbeiders en studenten ontstond later in 1970 'Amada', de voorloper van de PVDA.
Bovendien werd de mijnstaking de aanzet voor de opvallende heropflakkering van de klassenstrijd in het begin van de jaren zeventig. Er volgde een geweldige golf van spontane stakingen: Ford
Genk, Vieille Montagne Balen, GM Antwerpen, Boel Ternse en Cockerill Yards Hoboken, Citroen Vorst, Tessenderlo Chemie, Caterpillar Charleroi, Cockerill Luik, de dokstaking. Bell Geel... Het voorbeeld van de mijnen had Belgie wakker geschud.
Pipo Saeys: 'Vanaf 1971 heb ik onder in de mijn van Winterslag gezeten. Ik leerde in die tijd een heel andere wereld kennen. Dat is een punt van wat wij 'de massalijn' noemen: leren begrijpen hoe de mijnwerkers zich voelen, hoe de mijnwerkers werken en leven. Het andere element is: je gaat als iemand die tot z'n twintigste heeft school gelopen, niet werken in een fabriek om op cafe te gaan met die mensen. Je moet niet achter de
massa aanlopen.
We hadden gestudeerd, we waren capabel een economische en brede analyse te maken. We noemen dat 'een sectorlijn'. Shell, Petrofina, toekornst voor de steenkool en toch mijnsluitingen in Europa.
We hadden ook het marxisme bestudeerd en eruit geleerd wat het socialisme concreet
kan betekenen. We waren capabel dat aan de mijnwerkers uit te leggen. Zo zijn we ertoe gekomen dat de mijnwerkers na 16, 17 jaar intens werk verstaan: "t Is de Societe Generale die de mijnen sluit'.
't Is geen kunst te zien dat er in de massa ook negatieve kanten zitten. 't Is wel een kunst te begrijpen dat die zaken kunnen weggewerkt worden, en hoe dat moet.

De vakbonden op de vooravond van de staking
Binnen de mijncentrales was alles volop in beweging. Na 25 maart, de dag waarop de regering aankondigde 'een begin te maken met de herstructurering van KZ' kwamen de gebeurtenissen in een stroomversnelling terecht. Olyslaegers drukte tegenover de pers zijn ongerustheid uit over de reacties van de achterban.
Op het Nationale Comite van de ABVV-mijncentrale van 27 maart schaarde een grote meerderheid zich achter het voorstel van de linkse delegees: stakingsaanzegging voor 31 maart, gemeenschappelijke militantenvergaderingen van ACV en ABVV op 5 april, betoging op 12 april. Jan Olyslaegers verzette zich niet tegen deze voorstellen, wat de meerderheid verklaart. Het besluit hield voorafgaand overleg met de ACV-leiding in.
lk weet niet wat Andre Daemen allemaal aan Jan Olyslaegers heeft gezegd. Men
kan alleen maar vermoeden dat hij Olyslaegers eens flink aan z'n oren heeft getrokken om hem duidelijk te maken dat met zo'n actieplan regelrecht naar een algemene mijnstaking werd afgestevend. Bij Daemen speelde overigens de berekening mee dat een mijnstaking op het ogenblik van het regeringseonclaaf het voortbestaan van de regering zou bedreigen.
Daemen en Olyslaegers hebben samen de volgende besluiten genomen. Een: afzwakking van het actieplan. De stakingsaanzeggen werd vervangen door prikacties; alleen de betoging bleef behouden. Twee: de betoging zou het einde worden van de eerste actiefase. De tweede fase zou pas starten indien de regering tijdens het conclaaf negatieve beslissingen zou nemen.
Olyslaegers verdedigde dit nieuwe plan met veel energie op het Uitvoerend Bestuur van 28 maart. Hij kreeg de steun van de meeste delegees. Alleen de linkse delegees sternden voor het oorspronkelijke plan.
Jan Grauwels: 'De prikacties en de betoging, dat waren twee toegevingen van Daemen en Olyslaegers. Zij wilden er gebruik van maken om stoom te laten afblazen, om een algemene mijnstaking te voorkomen. Maar wij hebben van die toegevingen gebruik gemaakt
om het klimaat voor staking onder de mijnwerkers nog meer aan te wakkeren. Van de prikacties maakten we erkende 24-urenstakingen.
De betoging van 12 april zagen we niet als een eindpunt, maar als een springplank naar de staking. Dat was ook de enige garantie om er echt een succes van te maken. Aan de ene kant hebben wij ons niet gehouden aan het kader dat Daemen en Olyslaegers ons wilden opleggen. Dat zou neergekomen zijn op eenheid met de leiding ten koste van de eenheid en de strijdwil aan de basis. Aan de andere kant is ons werk in de vakbondsstructuren essentieel geweest in de voorbereiding van de staking. De toegevingen die de leiding moest doen, de prikacties en de betoging, dat werden beslissende stappen naar de staking toe'....."

Over het optreden van voorhoede-arbeiders, zoals ik dat haal uit de bovenstaande passages.

Natuurlijk doet men actief mee met de "spontane" klassenstrijd waarin men zelf betrokken is (als arbeider in een bepaald bedrijf een bepaalde sector) Maar door diskussie, de "eigen" ervaring (van de arbeidersgroep waar men deel van uit maakt) plaatsen in het geheel van de ACTUELE CONCRETE situatie van de wereld waarin men leeft, werkt en strijdt, moet men proberen het bewustzijn van een groot deel van de collegas te verhogen. Men moet de eigen persoonlijke ervaring (als arbeider die deelgenoot is van de situatie en de strijd van de arbeiders). OOK verwerken, men moet ook luisteren naar hetgeen mede arbeiders zeggen goed zien wat ze doen en hoe ze het doen, men moet ook grondig studeren, want men moet ZELF ook nog LEREN. De eigen participatie aan de klassenstrijd van de arbeiders waar men zelf deel van uitmaakt, de concrete aanleiding van die klassenstrijd (sluiting, afdanking, looningreep, ingreep in werkomstandigheden…) waar men zelf OOK aan onderhevig is (als arbeider tussen de arbeiders van het betreffende bedrijf, de betreffende sector), geeft mogelijkheden tot CONCRETE diskussie en men zal actieve luisterbereidheid vinden. Het is NIET belangrijk zich op te werpen als leider, vertegenwoordiger, het is belangrijk dat de arbeidersgroep zelf handelt. Als men dan jou naar voren duwt als leidersfiguur, ok. Als het ander figuren zijn die naar voren geschoven worden OOK ok. De leiders die naar voren worden geschoven, geven het beeld van het niveau van bewustzijn van de groep arbeiders. Het is NIET omdat jij het verst gevorderd standpunt inneemt (in de eerste plaats om diskussie uit te lokken) dat men jou naar voren schuift als leidersfiguur, aanvaardbaar voor de meerderheid. Maar als je goed werkt, goed ingeplant bent, goed participeert aan de klassenstrijd en men je dus respecteer, zoals ze ieder andere mee strijdende arbeider respecteren, dan zal ook de naar voren geschoven leidersfiguren naar jou luisteren als je met hen diskuteert.
Kortom"naar de arbeidersklasse gaan", "naar de bedrijven gaan", betekent als communist NIET in de EERSTE plaats, aanwezig zijn op betogingen, aan de poort of aan de stakingspiketten om propaganda te voeren rond de voorstellen van de partij voor een ordewoord of progammapunt, over een bepaals conflict, regeringsmaatregel e.d. Want dan zeg je in feite: "dit voorstel is, omdat het van de communistische partij komt, het meest radikaalste, het verst gaande programmapunt of ordewoord dat mogelijk is in dit conflict, in de strijd tegen deze regeringsmaatregel." IN FEITE ben je dan het IMAGO of PROFIEL van de partij aan het verkozen. Dat
kan alleen maar betekenen: "het werven van stemmen voor de partij in verkiezingen."
"Naar de arbeidersklasse gaan", "naar de bedrijven gaan", betekent voor een communist: arbeider worden in een bepald bedrijf en zo definitief zelf lid uitmaken van de arbeidersklasse. IN die arbeidersklasse moet men dan maar proberen deel uit te maken van de voorhoede en als zodanig erkent worden door de mede-arbeiders.
Zou konden Jan Grauwels en Luc Cieters besluiten: "
We hadden ook het marxisme bestudeerd en eruit geleerd wat het socialisme concreet kan betekenen. We waren capabel dat aan de mijnwerkers uit te leggen. Zo zijn we ertoe gekomen dat de mijnwerkers na 16, 17 jaar intens werk verstaan: "t Is de Societe Generale die de mijnen sluit'. 't Is geen kunst te zien dat er in de massa ook negatieve kanten zitten. 't Is wel een kunst te begrijpen dat die zaken kunnen weggewerkt worden, en hoe dat moet."
Ik ga nog verder over de twee opvattingen over “de toets in de practijk” in volgend artikel.

Arbeidersklasse(5):voorhoede: luisteren, meestrijden en bewustzijn verhogen.


Wat zijn nu "voorhoede-elementen"? Ik liet het woord vallen in vorig artikel.
Volgens mij geven Jan Grauwels en Luc Cieters daar een mooi beeld van (p. 36-37):

"Wij hebben al dikwijis moeten uitleggen: "Kijk, die strijd van ons mag niet gezien worden als een strijd van stuntmannen". Sommige mensen in de vakbond, delegees, zeggen mij: "Jij bent een moedig man. Waar haal je die moed?" lk ben eigenlijk niet zo'n moedig man.
lk proheer te luisteren, te kijken, te leren, en ik probeer toe te passen. Uit mezelf ben ik niet moediger dan anderen. lk vind dat er in de mijn veel moedige mannen werken. De manier waarop die soms in de produktie moeten gaan! Nee, zo moedig ben ik niet. Eigenlijk neem ik weinig risico's.
Toch wordt het in de vakbond soms zo afgedaan: "Jullie zijn stuntmannen". Voila, daarmee zijn die mijnwerkers netjes geklasseerd. In een interview zei een mijnwerker: "Luc is iemand die het nooit opgeeft. Hij begint altijd opnieuw. Op een andere manier, maar altijd opnieuw". Dat is een kenmerk van ons. we geven het nooit op. Ik vergelijk dat met een fret, als een fret beet heeft. blijft hij bijten. Ik denk dat wij voor patroons een beetje als fretten zijn. Bijten en niet lessen.
Maar dat mag niet alles zijn. Terugblikkend kunnen we zeggen: "We hebben niet meer gedaan dan onze maatschappelijke en syndicale plicht van goed geinformeerde. gevormde en georganiseerde mensen". Dat is ook een beetje wat sommige linksen en Debunne in de vakbond voor ogen hadden in 1970 met de arbeiderscontrole. Zij verwoordden dat zo: "Arbeiderscontrole is de mogelijkheid om met kennis van zaken verantwoordelijkheden op te nemen die men vrij wil aanvaarden, zonder enige integratie in het systeem". Wij geven daar een andere politieke dimensie aan. Maar 't is inderdaad zo dat wij goed gevormde en georganiseerde mensen zijn. Wij verzetten ons dus tegen dat idee van 'stuntmannen'.
De drie facetten van onze strijd zijn de volgende. Een: wij werken op basis van een alternatief. Wij hebben principes en een principieel alternatief dat verregaand antikapitalistisch is. "Verregaand waanzinnig", zeiden sommige mensen in de vakbeweging toen we erover begonnen te praten. Twee: wij werken aan de democratic aan de basis. Drie: wij werken aan de democratic in de structuren. Rond 1979 lag de nadruk op het alternatief en de democratic aan de basis.
Nu is de klemtoon vechten voor het alternatief en voor de democratie in de structuur. Als je niet vecht voor democratic aan de basis en in de structuur. is het gedaan met je alternatief. De delegees van '70 dat was een belangrijke generatie goed menende delegees. Hun probleem was het volgende: de strijd die ze voerden om hun bestuur of hun leiders tot andere standpunten te brengen, die strijd beperkten ze tot het hestuur. Ze begrepen niet dat je de
massa moet betrekken in dat gevecht voor democratie. De strijd die je voert voor democratie is een strijd die je voert aan de basis.

In '70 reden ze naar Brussel, ze gingen naar Debunne om stakersgeld te vragen. Maar aan de eigen mijnpoorten kwamen ze zeiden of nooit. Ze waren op de vlucht voor de kritieken van dc mijnwerkers.
Nochtans waren een aantal delegees voor de 15%. Maar ze hebben hun wil nooit kunnen doorvoeren. Ze hebben de mensen niet gemobiliseerd. Daar is dan die tendens uit gekomen om u niet te laten zien. Dat is een groot probleem dat wij wel opgelost hebben'. De 3 facetten hebben dus alles met elkaar te maken. Wij hebben ze niet uit de duim gezogen. Wij hebben ze leren kennen in de mijnwerkers-geschiedenis en in de mijnwerkersstrijd, maar ook daarbuiten. Bij Boel, bij Scargill, in het Duitsland van de jaren '20 en '30. Een ander aspect speelt hier mee: onze interesse en bewogenheid voor de derde wereld. Als het bij de mijnwerkers over Zuid-Afrika gaat, ohlala! In Het Belang van Limburg verscheen een advertentie van GEMCOR om Limburgse mijnwerkers naar Zuid-Afrika te krijgen. Er was plots een discussie van voor- en tegenstanders. Het werd geen succes voor de ronselaars! We mogen over onszelf zeggen: we zijn links en we hebben een massabasis. Dan pas
kan je je goed voelen in het arbeiderscircuit. Als je links bent en je hebt geen massabasis. word je triest en waarschijnlijk gek. Sommigen zoeken dan snel een positie in het apparaat. Maar eigenlijk moet je 'positie zoeken' in de massa. Je goed voelen in de arbeidersbeweging betekent voor mij links zijn en een massabasis hebben."

Voorhoede-elementen zijn niet degenen die zeggen: "Vertel mij uw problemen, dan zullen wij die verwoorden en er een mooi programmapunt voor uitdenken."
"Hoge gezondheidskosten? Wat dacht je van het kiwi-model?"
"Hoge electriciteitsprijzen? En als wij nu zouden ijveren voor verlaging van BTW op electriciteit van 21 naar 6%?"

Nee, volgens Jan Grauwels en Luc Cieters zijne voorhoede-elementen, mensen die IN de arbeidersklasse zelf staan en wel mensen die werken met de volgende principes: " De drie facetten van onze strijd zijn de volgende. Een: wij werken op basis van een alternatief. Wij hebben principes en een principieel alternatief dat verregaand antikapitalistisch is. "Verregaand waanzinnig", zeiden sommige mensen in de vakbeweging toen we erover begonnen te praten. Twee: wij werken aan de democratie aan de basis. Drie: wij werken aan de democratie in de structuren. Rond 1979 lag de nadruk op het alternatief en de democratie aan de basis.

Nu is de klemtoon vechten voor het alternatief en voor de democratie in de structuur. Als je niet vecht voor democratie aan de basis en in de structuur. is het gedaan met je alternatief."

Ok, we gaan verder in een volgend artikel.

De arbeidersklasse (4):De “praktijk” die voor Boudewijn Deckers NIET “de toets” is


Aan de ene kant maakt, PVDA-kader, Tom De Meester propaganda voor het ordewoord "6% in plaats van 21% BTW op electriciteit".(zie pvda.be en solidair.org) Aan de andere kant schreef hij mee aan het artikel van PVDA-kader Boudewijn Deckers over "de arbeidersklasse" en "de PVDA gaat opnieuw naar de bedrijven".(zie vorig artikel) Er waren vroeger al revolutionairen werkzaam in een deel van de arbeidersklasse dat werkt in "de energiesector". Door de PVDA werden die ooit als voorbeeld gesteld voor de manier waarop haar militanten zouden moeten werken in de arbeidersklasse, als LID van de arbeidersklasse.
Jan Grauwels en Luc Cieters, men zou kunnen zeggen twee "intellectuelen", maakten op een bepaald moment in hun leven de keuze ván hun leven: ze werden mijnwerker tussen de mijnwerkers. Een héél andere keuze die Boudewijn Deckers zelf ooit maakte: "partij-ideoloog worden".
Ik geef hier nu grote stukken uit het boek "De Slag om de Mijnen", EPO, 1988 (een aanrader, het leest als een thriller!) om daarna iedere keer de lessen te trekken die ik meen dat er kunnen getrokken worden. Hier online te lezen.

Uit "De Slag om de Mijnen - het syndikale werkboek van Jan Grauwels en Luc Cieters", EPO, 1988, redactie Hugo Franssen,p. 29-30, Jan Grauwels en Luc Cieters zelf aan het woord:

"Zeker, de mijnwerkers hadden syndicale ideeën. Maar ze botsten op een muur van onbegrip, op een apparaat dat niet bewoog. De meesten gaven het op. Veel verstandige mensen werden gerecupereerd door de patroon. De patroon had nood aan een nieuw kader namellijk cheffen op lager niveau…. Zeer velen werden gerecupereerd om çhef te spelen'.
De sociale verkiezingen van '71 brachten de stakingsleiders van '70 niet aan de macht. De mijnwerkers hadden uit de staking niet de les getrokken: de vakbond is van ons, we gaan hem in handen pakken.
Er was alleen dat negatieve idee om de vakbondsboekjes weg te gooien. De mijnwerkers geloofden er niet meer in.
Hoe moet het syndicalisme er uitzien om niet telkens in de problemen te geraken zoals in 1966 en 1970? Die vraag hebben we maar kunnen beantwoorden vanaf het midden van de jaren zeventig. In heel de beweging is ons standpunt altijd geweest dat de mijnnijverheid een toekornst heeft in het kader van een andere energiepolitiek. In 1973 organiseerden de OPEC-landen zich. Zij dwongen belangrijke toegevingen af. Ruilwaarden voor olie verhoogden met 59,9% tussen 1973 en 1976, en met 31% tussen 1979 en 1981. Velen zagen daar een nieuwe
kans voor de steenkool. In 1974 begon men druk met nieuwe aanwervingen. Wij behoren bijna allemaal tot die nieuwe generatie mijnwerkers die ten gevolge van de oliecrisis in de mijnen zijn begonnen.
Wij zijn de kinderen van de mijnwerkers van Zwartberg. De ervaring van Zwartberg, daar vallen we dikwijis op terug. Sommige stakingsieiders van 1986 en 1987 hebben een vader die als mijnwerker nog Zwartberg hielp bezetten.
Onze generatie weet iets van energie af. Veel meer dan in 1966.
Er leefden in de jaren na 1973 veel illusies over onze steenkool als andere energiebron. Andre Daemen van het ACV was daar een van de belangrijkste aanhangers van. Hij was nieuw, progressief, en hij geloofde er echt in. Al zijn tussenkomsten in het energiedebat waren doordacht en gemeend. Het is een ramp voor de christelijke arbeidersbeweging dat hij die standpunten heeft laten vallen en zich tegen de stakende arbeiders heeft opgesteld.
Daemen heeft het kapitalistische systeem niet tenvolle verantwoordelijk durven stellen voor de aftakeling van de mijnnijverheid en van de mijnstreek. Dat is zeker essentieel om te begrijpen waarom hij snel capituleerde. Maar er is toch ook een tweede aspect. Heel wat ACV-ers waren vanuit een christelijke bewogenheid getroffen door die werkloosheid in
Limburg. Zij waren daar echt om begaan.
De vakbeweging heeft mensen gekend die de strijd niet echt plaatsten in functie van een andere maatschappij, maar die toch een aantal principes hadden waarop zij bieven staan. Debunne is daar een voorbeeld van. lk bedoel, mensen die een standpunt innamen en daar niet vanaf gingen, ook al stond dat haaks op de 'economische logica' van dat ogenblik. Daemen behoorde niet tot dat soort syndicalisten. Hij liet veel ACV-ers in de kou staan met hun bezorgdheid over de werkloosheid in
Limburg.
In de socialistische vakbond had je zo geen 'doordenkers'. Er was wel Willy Claes met zijn witboek en het veelbelovende energiedebatin het parlement. Aan de ene kant had je het witboek en aan de andere kant tekende Claes als minister van economische zaken de elektriciteitsconventie waarmij hij carte blanche gaf aan de kernenergie voor de volgende 30 jaar.
(p.31)Aan de ene kant had je de beweging tegen de kernenergie en aan de andere kant zag je hoe de milieubeweging gekanaliseerd is naar het parlement en haar strijdkarakter verloor. In Duitsland is de antikernenergiebeweging veel strijdbaarder, veel dieper ingeplant in het volk. Gheyselinck schrijft in zijn rapport over dat verschil tussen Belgie en Duitsland. Dat extra-parlementaire, dat strijdlustige, dat is hier kapot gemaakt. Claes heeft daar verantwoordelijkheid in. De Groenen hebben hier een bravere en een meer pariementaire strategie dan de Grime in Duitsland.
Kissinger was de woordvoerder van het Internationaal Energie-agentschap dat in 1977 is opgericht. Hij ontwikkelde een tegen-strategie om de OPEC klein te krijgen. Ten eerste: het petroleumverbruik beperken. Ten tweede: kernenergie ontwikkelen als overgangsenergie. Ten derde: invoer van kolen uit Zuid-Afrika. Ten vierde: petroleumontginning in niet-OPEC-landen zoals Engeland.
Kissinger won. De olieprijs daalde spektakulair. Petroleumholdings als Shell en Petrofina wierpen zich nu op de steenkool. Zij zagen profijt in de goedkope Amerikaanse steenkool.
Niet petroleum, maar steenkool is vandaag voor alle energie-experts de energie van de toekornst.
We ontdekten dat mensen zoals Bruck en Debeys in de beheerraad van KS zetelen, en in de beheerraad van de elektriciteitsmaatschappijen die onze kolen afnemen. Allemaal verbindingen en samenhang.
Wij hebben de verbanden gelegd. Dat is niet zoals bij een koekjesfabriek. Een koekje wordt niet meer gegeten, dus bak je een ander koekje, ofje sluit de fabriek. Nee, wij hebben de steenkoolproblematiek leren zien in het gehele energiekader, niet nationaal, maar internationaal.
In die geest hebben wij onze steenkoolproblemen ook niet los willen zien van de algemene problemen rond de tewerkstelling. Dat was een van de moeilijkste eisen in het begin, werk voor de 75.000 werkzoekenden in
Limburg.
In die richting ging de inhoud van ons syndicaal werk. De discussie in de vakbond was gelanceerd. We hebben een hoogstaand eisenprogramma kunnen doen aanvaarden door het ACV en het ABVV.
Andre Daemen heeft zich eens laten ontvallen dat dat een van zijn grootste flaters was van zich te laten vastpinnen op dat fameuze eisenprogramma van 1984. De mijnwerkers begrepen dat het geen slogans maar concrete eisen waren. Het is daaruit dat een beweging ontstaan is met een omvang en een diepgang... ongekend in
Limburg.
Tegelijk zijn we beginnen werken aan onze massabasis. De mijnwerkers zijn voor of tegen u, dat is onverbiddelijk. Veel delegees hadden schrik van de mijnwerkers. Na de stakingen van '66, '70 en '74 hidden zij zich ver van het volk. Maar wij hadden van de Boel geleerd dat je naar de mensen moet gaan. Jan Grauwels zegt tegen mij: "Jij kent heel Beringen met naam en werknummer". Dat is ongeveer zo. Maar ik probeer meer te kennen, ook de familiale toestand bijvoorbeeld."

Sukun ölmedi, öldürüldü
(,Sukun is niet gestorven maar vermoord')

In 1975 sluiten de leiders van de mijnwerkersvakbonden een vreselijke CAO af met de mijndirectie. De CAO beoogt een rendementsverhoging. 3.000 kilo per man en per dag is het streefcijfer.
Het absentheïsme en het ziekteverzuim moeten dus aangepakt worden. Er worden 15 maal meer straffen genoteerd dan normaal. De 'putdokters'sturen zieke mijnwerkers weer aan het werk. Sukun, een Turkse mijnwerker met een hartziekte, wordt terug onder in het stof en in de hitte gestuurd. Hij moet na korte tijd in het ziekenhuis opgenomen worden, waar hij sterft.
Dinsdag
11 mei 1976. Als het nieuws van zijn dood bekend geraakt, weigert twee-derde van de ondergrondse mijnwerkers af te dalen. De waszaal wordt bezet. De Turken spelen daarbij een doorslaggevende rol. Directeur Goddeeris probeert met en een racistische reflex de solidariteit tussen de Belgen en de Turken te breken. De Belgen zouden uitbetaald worden omdat 'zij belet worden te werken'. Goddeeris mislukt. Woensdag is de staking algemeen. Er wordt een stakingscomitee opgericht. De voorzitter is… jawel, Luc Cieters!
In dit comitee zijn zowel Turken als Belgen, zowel Italianen als Polen actief. Na drie dagen moet de directie de duimen leggen:

- de dokterscontrole zal fatsoenlijk gebeuren. De brutaalste verpleger wordt overgeplaatst;

- de directie zal straffen voorstellen, in plaats van op te leggen;

- gelijk loon voor gelijk werk. Alle looncategoriën zullen aangepakt worden;

- de gebrekkige woonsituatie in de logementshuizen voor gastarbeiders wordt regelmatig gecontroleerd. “

Wat kunnen we leren, volgens mij?
Grauwels en Cieters zagen hun politiek en ideologisch werk "als mijnwerker onder de mijnwerkers" vanuit het besef dat er een ander maatschappij dan de kapitialistische mogelijk was. Ze analyseerden dat héél concreet n.a.v. de energiesector en de de energiepolitiek op wereldvlak. Wellicht om in hun dagelijkse diskussies "revolutie" en "socialisme" zo CONCREET mogelijk voor te stellen omdat het dan pas mogelijk is om via hun deelname aan de klassenstrijd van de mijnwerkers het bewustzijn van hun mede-miijnwerkers zo ver mogelijk te kunnen doen ontwikkelen.
Zij zochten ook, levend van de historische ervaringen van de mijnwerkers zelf, naar de mogelijkheden om de mijnwerkers zo strijdbaar en zo massaal mogelijk op zo hoog mogelijke politieke opvatttingen te organiseren.
Dit wordt hen aangereikt door de mijnwerkers zelf: "het stakingscomitee"
In een stakingscomitee ligt de kiem van strijdbare organisatie van de arbeiders en wat eigenlijk een vakbond moet zijn (of ooit was?) In een stakingscomitee worden onder de arbeiders vertegenwoordigers of afgevaardigden gekozen onder de bewezen meest strijdbare arbeiders met de meest massale aanhang. De "afgevaardigden"in dat stakingscomitee zijn vaak officiële vakbondsafgevaardigden afkomstig vanuit de (in België) drie bestaande vakbonden, het kunnen ook militanten zijn zelfs strijdbare naar voren geschoven arbeiders die wellicht op dat moment nog niet duidelijk bij "een"vakbond zijn. Luc Cieters was voorzitter van het stakingscomitee, maar was toen nog geen vakbondsafgevaardigde…
Via een stakingscomitee kunnen de arbeiders druk uitoefenen op hun "officiële" vakbondsapparaten. Via de steun van de arbeiders via een stakingscomitee kunnen de vakbondsafgevaardigden die IN het stakingscomitee zitten, druk uitoefenen op hun hogere vakbondsinstanties.
Een stakingscomitee maakt tegelijk deel uit van de "officiële" vakbondswerking, is ook niet persé gericht TEGEN de officiële vakbonden, maar
kan een strijdvorm zijn voor de strijd IN de vakbonden tegen de capitulerende, matigende, of zelfs collaborerende krachten.
Stel dat er een beweging op gang komt, aangezwengeld door (onderling en daarom niet persé openlijk georganiseerde) voorhoede-elementen in verschillende bedrijven van het oprichten van zo'n beweging van eerst bedrijfsgebonden, maar later onderling verbonden, stakingscomitees (of noem het bedrijfscomitees….of RADEN…). Een beweging die een aanmoediging is voor de meer radikale, strijdbare hogere vakbondsleiders, maar op concrete manier de strijd aanbindt IN de vakbonden (omdat ze er toch ergens DEEL van uitmaken) tegen de collaborerende vakbondsleiders (vaak niet verkozen maar benoemd). Stel dat zoiets ook gebeurd in de andere lidstaten van Europa (omdat de verschillende voorhoede-elementen onderling en daarom niet persé openlijk EUROPEES georganiseerd zijn én zelf ook lid van de Europese arbeidersklasse. Dan zou er een Europese Beweging van Vakbondsvernieuwing kunnen opgang komen die zou uitmonden in één Europese massa-strijdorganisatie van de Europese werkers die zich doorheen de verschillende strijdsituaties zich het perspectief stelt van : "onteigening van de onteigenaars",afbouw van het staatapparaat van de Europese monopolies en opbouw van een Socialistisch Europa waar de verenigde Europese stakingscomitees… of liever Verenigde Europese Arbeidersraden de macht overnemen.
De leidende rol van een Europese voorhoede-organisatie van Europese voorhoede-arbeiders zal hierbij dan cruciaal zijn…
Verder over “de toets in de practijk” zoals die bestond voor véél partijmilitanten en –kaders (behalve blijkbaar voor Boudewijn Deckers) zie volgend artikel.

donderdag 3 april 2008

De arbeidersklasse(1): voor Boudewijn Deckers, hét doelpubliek in verkiezingen

Op Solidair.org, dinsdag, 8 juni 2004:Boudewijn Deckers, dan nog BENOEMD (niet op een congres verkozen) Algemeen Secretaris van de Partij van de Arbeid schrijf het artikel:

"De PVDA en deelnemen aan de verkiezingen - De verkiezingscampagne loopt ten einde. Waarom doet een communistische partij zoals de PVDA daaraan mee? Hopen we op een verkozene? Wat kan deze campagne ons opbrengen? Welke plaats hebben de verkiezingen in het leven en het werk van de PVDA?"

Het begin van het artikel(zie hieronder) verraadt gelijk de rol die Boudewijn Deckers toebedeelt aan partijleden die als arbeiders werken in een groot bedrijf. Het verraadt ook de rol die hij "de arbeidersklasse" toebedeelt: "potentieel kiespubliek" waar stemmen voor de PVDA te reonselen zijn. Een partijlid moet vooral het IMAGO of PROFIEL van de PVDA uitdragen en dus bijna per definitie OPENLIJK zijn:

"Louis, een kameraad die bij Volvo werkt, vertelt hoe de verkiezingscampagne aan de poort van zijn fabriek verloopt. De PVDA deelde er een pamflet uit over onze eis voor 1% belasting op de grote fortuinen. De arbeiders lezen het aandachtig, leveren hun commentaar en geven het pamflet aan elkaar door. "Wat ze zeggen, is waar, ook al is het soms een beetje radicaal." De reacties zijn heel positief, vooral als Louis de kans krijgt te antwoorden op de vragen die het pamflet oproept. De discussie gaat over belastingen, flexibiliteit, het gehate plan van Vandenbroucke voor het optrekken van de pensioenleeftijd "Ik heb nog maar zelden een pamflet gezien dat zo goed gelezen wordt door de collega's", zegt Louis. Verschillende arbeiders zeggen hem: "Ik denk dat de PVDA deze keer mijn stem krijgt"
Heel wat leden en sympathisanten van de PVDA hebben dezelfde ervaring in de fabrieken, aan de stempellokalen, in de wijken, in de medische groepspraktijken. Bij de vorige verkiezingen was ons programma "tegen de oorlog" voor arbeiders vaak ver van hun bed. Ze hadden niet de indruk dat de PVDA hun zorgen en problemen deelde. Deze keer slaat ons programma wel aan. "

Deze VOORAF ingenomen opvatting (de arbeidersklasse als potentieel kiespubliek aan wie het IMAGO, het PROFIEL, het radikaal HERVORMINGS-VERKIEZINGS-PROGRAMMA van de PVDA moet worden gepropageerd) licht aan de basis van zijn "marxistische" analyse over de arbeidersklasse, haar rol in een ander artikel.
Op Solidair.org,
19 mei 2004, schreef Boudewijn Deckers samen met Tom De Meester (en zo werd Tom door "de leraar" opgeleid inzake toepsssen van het revisionisme): "Welke weg kiest de PVDA na het Resist-avontuur? Bij de discussie over onze verkiezingsnederlaag in 2003, en vooral dan over de verkiezingsalliantie Resist, ontstonden twee diametraal tegenovergestelde opvattingen."

In dit artikel worden "twee opvattingen"over de arbeidersklasse en de rol van de arbeidersklasse "tegenover elkaar gesteld" op basis van een voor Boudewijn Deckers essentieel bilan: het bilan van"de verkiezingsnederlaag 2003". Dus een als "slecht" (wat "slecht" is, is hier een subjectief idee in Boudewijns hoofd) beoordeelde uitslag bij VERKIEZINGEN, wordt gecatalogeerd als een "nederlaag" voor de PVDA. Boudewijn Deckers was altijd no. 2 in AMADA en in de PVDA, stond mee aan de wieg van AMADA en gold IN de PVDA als een "autoriteit"op het vlak van "het marxisme" (maar ja, zo werd Kautsky ook altijd gezien voordat Lenin hem van zijn voetstuk haalde..).
Het idealisme dat hij dus ten toonspreidt is dus héél bewust en héél doordacht. Hij wil de PVDA, met al haar partijmilitanten, die lid geworden omdat zij hun individueel revolutionair engagement wilden bundelen binnen een revolutionaire partij, én met dié leden en simpatisanten die in de PVDA de woordvoerder zien, de aanklager (in de vorm van hun VERKOZEN vertegenwoordigers) van hun problemen, hun armoede, hun hoge schulden, hun gezondheidskosten, vooral één houden. Dit is voor Boudewijn Deckers de beste garantie om de PVDA om te vormen van een revolutionaire partij naar een reformistische partij die stemmen haalt bij verkiezingen. Tegelijkertijd leidt hij nieuwe kaders voor de PVDA op in de "nieuwe" vorm van marxistische analyse. Hij ontdekte zo Peter Mertens, hij nam zo Tom De Meester onder zijn arm.
De "twee opvattingen" over de arbeidersklasse worden door Boudewijn Deckers uit het niets geschapen, door Nadine Rosa Rosso, zijn afgezette voorgangster, een bepaalde opvatting in de mond te leggen (op basis van door hém uitgezochte en héél beperkte citaten), waartegenover hij dan de "juiste" en "marxistische" opvatting kan stellen.
Hij geeft ook Peter Mertens de nodige "brandstof" om ZIJN uitgewerkte analyse te schrijven (In principe is de analyse van Peter Mertens dus IDENTIEK aan die van Boudewijn) in
de Marxistische Studies No. 72, 29 oktober 2006, verschenen bij EPO, “De arbeidersklasse in het tijdperk van de transnationale onderneming”[1]
We zullen nu analyseren in hoeverre het Boudewijn Deckers is gelukt het gif van het revisionisme te verspreiden in de PVDA. We zullen er aan het einde proberen wat "antigif" tegenover te stellen.
We zullen wat betreft de rol die voorhoede-elementen van de arbeiderklasse kunnen en moeten spelen, hoe zij kunnen werken aan de uitbouw van een massa-strijd-organisatie van de arbeiders ons baseren op een "bilan" dat de PVDA zelf maakte, of liet maken: "
De Slag om de Mijnen -Het syndicale werkboek van Jan Grauwels en Luc Cieters", Hugo Franssen EPO 1988. (Later zullen we hiervoor ook "Sta op", van Roberto D'Orazio en "Over mijn klasse" -ik denk dat het zou heet- van Jan Cap ter hand nemen en het boek "De Fabriek" waarin o.a. een aantal partijmilitanten van de PVDA hun verhaal doen hoe zij het "naar de arbeidersklasse gaan" ooit hebben opgevat).
Zo hoop ik ook voor vroegere medemilitanten duidelijk te maken dat door Boudewijn Deckers er een “toets in de practijk” gefabriceerd wordt op basis van VOORAF INGENOMEN OPVATTINGEN:

Een slechte verkiezingsuitslag is grotendeels een “toets in de practijk” dat de manier van actief bezig zijn rond het propageren van het PROFIEL dat de PVDA wil hebben als “communistische partij van de 21e eeuw” niet goed is.
De “ toets in de practijk” bewijst dat de manier waarop de PVDA “terug gaat naar de arbeidersklasse” zoals wordt geïllustreerd door “Louis” de juiste manier is.

Ik ga dieper in op het artikel van Boudewijn Deckers en Tom De Meester in het volgend artikel.


[1] Ik heb bijna een analyse van het werkje van Peter Mertens voltooid op dit weblog: Anti-Mertens. U kunt hier doorklikken naar het eerste artikel van die reeks en onderaan ieder artikel doorklikken naar het volgende.

De arbeidersklasse(2): Boudewijn Deckers telt het aantal arbeiders in België


Ik probeerde reeds lange tijd (ongeveer sinds 2000 -misschien al vroeger, dat kan ik nog nagaan…) INTERN volgens de principes van het democratisch centralisme op geargumenteerde wijze aan te tonen dat er een ontwikkeling was IN de PVDA van een "revisionistische lijn". Via de principes van het democratisch centralisme hield in: de diskussie EERST in de eenheid, als dat niet lukt, een rapport schrijven (met copies voor de leiding van de eenheid waarin je zit) naar het leidingsniveau waar je eenheid onder resorteerd en als dat niet lukt, rapporten naar het hoogste niveau (met copies voor de leiding van je eenheid EN de leden van het leidingsniveau waar je eenheid onder ressorteerd. Dit was statutair dik in orde….
Behalve van instemming van de leden van mijn (cel-)eenheid, heb ik NOOIT een serieus antwoord, of zelfs maar een WEERLEGGING van mijn standpunt gekregen. Ook is er dus aan mijn eenheid of cel nooit serieus antwoord gegeven op rapporten van mij, als lid van dee eenheid. Dit was tenslotten belangrijk om de eenheid tussen de leden VAN mijn eenheid of cel te behouden.
Ik ben dan overgegaan op enkele pogingen(daar zal ik het in ander artikels nog over hebben) van rapporten INTERN doorsturen naar AL de NATIONALE kaders die ik kende (met copiën voor de leden en de leiding van de eenheid waarin ik zat) ging ik over naar iets anders. De enige reactie die ik kreeg van bepaalde kaders was: "Dit mag je niet meer doen, deze manier van werken is tegen de statutaire regels."… Maar geen enkel POLITIEK antwoord, erkenning of zelfs maar een weerlegging.
Ik begon toen, nog altijd mijn partij-activiteiten ontplooiend zoals die werden afgesproken op mijn eenheid, "als bezorgde lezer van Solidair en Marxistische Studies" en onder een alias "Crazy Horse" (over de achtergronden van die keuze voor dat alias zal ik het OOK nog wel eens hebben) "lezersbrieven" en "lezersmails" te sturen. Hierin nam ik standpunten van openlijk bekende kaders die zei innamen in openlijk verschenen artikels in Solidair (en ook in Marxistische Studies) "op de korrel": ik toonde met concrete argumenten uit hun artikels het, zoals ik dat zag, revisionisme bij hen aan. Ik vond dat ik hierbij NIET de statutaire regels voor partijleden overschrad, maar TOCH politieke standpunten kon innemen en verspreiden.
Boudewijn Deckers oordeelde hier later anders over… en een lager plaatselijk kader werd belast om mij uit de partij te zetten. (dit verhaal zal ik OOK nog weleens vertellen) De leden van mijn eenheid hebben het, verbitterd laten afweten. Ze hebben nooit echt ontslag genomen, maar hebben zich niet meer actief laten inschakelen in een nieuwe eenheid.
Maar goed, hieronder een commentaar van mij op een artikel dat Boudewijn Deckers en Tom De Meester schreven in Solidair… over de arbeidersklasse. Inderdaad dezelfde Tom De Meester die nu het PVDA-kader is die de campagne rond de energieprijzen leidt: "Daling van 21% naar 6% BTW op de electriciteitsprijzen"(hierover zullen we het OOK nog wel eens hebben)

Een uitgebreide 'lezersmail" ergens in 2004…. van "Crazy Horse"

Sinds het ontstaan van AMADA en de oprichting van de PVDA is Ludo Martens zowel INTERN (doordat hij verkozen is op congressen) als EXTERN erkend als voorzitter en dus leider van de PVDA. Al zijn verklaringen en publicaties hebben het algemeen aanvaard gezag als officiële partijteksten.
Sinds 1995 is er, voor buitenstaanders toch, een niet zo duidelijke situatie. Ludo is volgens de publikaties van de partij nog altijd verkozen en erkend partijvoorzitter, maar hij leidt niet meer de partij. Dat doet de secretaris-generaal Nadine Rosa Rosso. Tot 2003 stond Ludo Martens nog vermeld op de website als voorzitter van de PVDA.
Op
18 februari 2004 komt de mededeling: "... Het Centraal Comité van de partij, verkozen op het Zevende Congres, keurde eind december, begin januari … maatregelen goed. En om ze in de praktijk te brengen verkoos het Centraal Comité een nieuwe leiding aan de partij. Het Politiek Bureau van de partij zal geleid worden door kameraden Boudewijn Deckers, Peter Mertens, Lydie Neufcourt en Jan Hasaers. Kameraad Nadine Rosa-Rosso neemt niet langer leidende taken op in de partij...."
Mijn standpunt is: als Ludo Martens de partij niet meer leidt, dan is hij IN FEITE AFGEZET als voorzitter. Want de eerste taak van een voorzitter van een communistische partij is DE PARTIJ LEIDEN. [1]
Als er ooit een meerderheid op een congres ingestemd heeft met het standpunt dat erkent "dat Ludo voorzitter is maar niet in de mogelijkheid verkeerd om de partij te leiden wegens andere taken" dan is de meerderheid van de PVDA BEDROGEN door dat deel van de leiding die dat standpunt heeft geformuleerd en erover heeft laten stemmen. Ook al zou Ludo ZELF hebben ingestemd, dan nog betekende dit een FEITELIJKE AFZETTING als voorzitter.
Verschillende argumenten tonen aan dat IN FEITE nu Boudewijn Deckers (benoemd, verkozen, zelf uitgeroepen, achter de coulissen of op nog een andere manier...) voorzitter is van de PVDA. Hij is het die in Solidair het ontslag van Nadine Rosa Rosso argumenteerd en het partij-standpunt weergeeft in de "diametraal tegenovergestelde opvattingen" die binnen de partij werden ingenomen inzake Resist, verkiezingen en verkiezingsallianties.
Als de PVDA de voorzitter krijgt die ze verdient, dan laat de PVDA zich nu het moeras van het revisionisme.in leiden!
Lees maar eens "Welke weg kiest de PVDA na het Resist-avontuur?" van Boudewijn Deckers en Tom De Meester in Solidair van
19-05-2004.
Hieronder enkele stukken, met daaringevoegd enkele bedenkingen van mij.

"...Bij de discussie over onze verkiezingsnederlaag in 2003, en vooral dan over de verkiezingsalliantie Resist, ontstonden twee diametraal tegenovergestelde opvattingen. Volgens de grote meerderheid van de kaderleden en leden van de PVDA had deze nederlaag vermeden kunnen worden als we de weg van de rectificatie tegen het sektarisme, die we in 1999 insloegen na een andere verkiezingsnederlaag, waren blijven volgen. Die weg had ons bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 niet alleen vijf verkozenen opgeleverd, maar ook een merkbare vooruitgang in een aantal fabrieken en arbeiderswijken...."

BEDENKING: Gemeten in aantal stemmen?

"...Toch werd van die weg afgeweken door in het noorden van het land te kiezen voor een alliantie waarin de arbeiders noch het programma noch de aard van de partij terugvonden: een revolutionaire partij van de gehele arbeidersklasse. ..."

BEDENKING: Welk programma? Een partij voor welke revolutie? "Gehele" arbeidersklasse? Waarover gaat dat?

"...Sinds enkele jaren kende de PVDA een zekere terugval in de grote bedrijven...."

BEDENKING: In aantal stemmen? In aantal bedrijfscellen? In aantal propagandaploegen? Partijleden uit bedrijven die de partij verlaten?

"... "Wij moeten terugkeren naar de bron", zegden onze leden. "Wij moeten de strijd tegen het sektarisme weer opnemen daar waar we ermee gestopt zijn."
Maar volgens de voormalige algemeen secretaris van de PVDA, Nadine Rosa-Rosso, moest het probleem daar helemaal niet worden gezocht. Volgens haar vergiste de PVDA zich al geruime tijd van strategie en legde de partij te veel het accent op het werk in de grote bedrijven en op de klassenstrijd van de arbeiders terwijl er in eerste instantie 'nood' was aan parlementaire verkozenen. ..."

BEDENKING:Wat betekent "meer" of "minder accent op grote bedrijven en op de klassenstrijd van de arbeiders"?

"...Toen ze vaststelde dat ze de meerderheid niet kon overtuigen, koos ze ervoor de politieke en de revolutionaire organisatie van de PVDA van buitenaf uit te bekampen. Een tijdje geleden kondigde zij al "een nieuwe beweging" aan op basis van "een strategie, aangepast aan de 21ste eeuw".
Het platform dat zij zopas uitbracht, vat perfect de oriëntatie samen die zij ­ tevergeefs ­ aan de PVDA wilde opdringen. De tekst probeert leden, sympathisanten en vrienden van de PVDA weg te lokken. Ondanks de schone schijn verwerpt het platform essentiële punten van het marxisme-leninisme.
Wij zullen ons hier beperken tot de bespreking van twee sleutelaspecten van dit platform: zijn pessimisme en defaitisme en zijn verzaken aan de arbeidersklasse en aan de klassenstrijd. ...
"Bewuste arbeiders: verlaat de helse fabriek"
Nadine Rosa-Rosso heeft een heel andere boodschap voor de syndicalisten: "Het bedrijf wordt meer en meer een hels oord waar zelfs denken onmogelijk wordt, waar het werk alsmaar onverbiddelijker afstompt en moreel en fysiek uitput. De arbeidersklasse heeft nood aan zuurstof, frisse lucht. " En verder: "De wereld van de arbeid met zijn syndicalisten en zijn geëngageerde arbeiders, met zijn communisten moet resoluut de fabrieken verlaten"...."

BEDENKING: Hier verzaakt Nadine Rosa Rosso NIET aan de arbeidersklasse, maar geeft zij een bepaalde (weliswaar een te bediskuteren) taak aan de arbeidersklasse. Hierdoor erkent zij in feite (ook al zou dat maar formeel zijn)de revolutionaire rol van de arbeidersklasse. Het kan zijn dat zij een VERKEERDE invulling geeft aan die revolutionaire rol, dat is mogelijk. We kunnen het echter niet weten want Boudewijn onthoudt ons van de tekst zelf . We zijn aangewezen op zijn gekozen vertaalde citaten.

"...Alle bewuste syndicalisten stellen zich vandaag de vraag: hoe kunnen we de vakbond versterken? Hoe kunnen we hem aansporen tot een antikapitalistische lijn? Hoe kunnen we jongeren overtuigen om zich voor de vakbond in te zetten? Hoe bereiden we de toekomstige strijd voor? De fabriekscellen van de PVDA hebben die zorgen ter harte genomen naar aanleiding van de sociale verkiezingen waarvan het impact op de toekomstige klassenstrijd die van de regionale en Europese verkiezingen van 13 juni overstijgt.
Omdat de patroons en de regering alsmaar helsere arbeidssystemen opleggen, dringt het verzet zich op in en vanuit de fabrieken. Eind april hebben de arbeiders van Tupperware in Aalst moeten staken om het recht te verdedigen naar het toilet te gaan. Hun vleugje frisse lucht hebben ze ingeademd aan het piket.
Voor de kleinburgerlijke intellectueel is de fabriek slechts een helse machine, maar voor de arbeiders is ze ­ naast een plaats waar ze hun brood verdienen, de plaats waar ze met fierheid hun vak beoefenen ­ de plaats bij uitstek voor de strijd. De fabriek organiseert, de fabriek verenigt de arbeiders in de meest directe oog-in-oog-confrontatie met de patroons. De fabriek die de gigantische winsten oplevert waarmee de kapitalisten zich verrijken is ook hun achillespees. Wie het kapitalisme écht wil aanvallen moet zich vooral bezighouden met de revolutionaire organisatie van de strijd op dat niveau! ...."

BEDENKING: Voor Boudewijn vallen de bijeengetelde arbeiders ( en hij bedoeld dan nog: in BELGIË!!)in de grote fabrieken samen met DE arbeidersklasse. Maar hij is hier Onmarxistisch: het is niet de groei van de grootte van de fabrieken ( in BELGIË) die de arbeidersklasse doet ontwikkelen. Het is niet dat het afnemen van grote bedrijven (in BELGIË) betekent dat de groei van de arbeidersklasse afneemt. Nee het is de socialisering van de kapitalistische produktie die de arbeidersklasse doet ontwikkelen.

"...Marx was nog maar net overleden of sommigen verwierpen al zijn sleutelidee: de arbeidersklasse is de voorhoede van alle werkers omdat alleen zij rechtstreeks geconfronteerd wordt met de kapitalisten en niets dan voordelen kan hebben door het systeem waarin de productiemiddelen privé-bezit zijn omver te werpen en te vervangen door het socialisme. Alle andere klassen en lagen profiteren tot op zekere hoogte van het kapitalisme. Daardoor zijn zij gevoeliger voor ideeën die het kapitalisme willen hervormen veeleer dan het omver te werpen...... "

BEDENKING:De arbeidersklasse is de revolutionaire klasse in de ontwikkelde kapitalisme omdat het kapitalisme is gebaseerd op het privebezit door de kapitalisten van de produktiemiddelen en de arbeiders zich maar in leven kan houden (door zich een deel van de produktie te verschaffen door KOPEN) door zijn arbeidskracht te verkopen aan de kapitalistenklasse. Hoe meer het kapitalisme zich ontwikkeld, hoe meer de maatschappij gesplitst wordt in maar twee TEGENOVERELKAAR staande klassen: de klasse van kapitalisten en de arbeidersklasse. Er zijn dus steeds MINDER "andere klassen en lagen".

"....De geschiedenis bewijst het: een consequente strijd tegen het kapitalisme is onmogelijk zonder de locomotief van een bewuste arbeidersklasse. Maar dat bewustzijn komt niet zomaar uit de lucht gevallen. Ervaring alleen volstaat niet, de steun van het wetenschappelijk socialisme is noodzakelijk. En zonder een revolutionaire organisatie loopt die richting dood. Dat is precies de bestaansreden van de communistische partij, van de PVDA. Er bestaat niets ergers dan communisten op te roepen "de fabriek te verlaten" terwijl we net op dat niveau een grote achterstand hebben opgelopen. Een achterstand die de laatste jaren nog in de hand werd gewerkt door foute opvattingen.
Weg uit de fabriek, maar waarheen?
Waar moeten de bewuste arbeiders dan hun frisse lucht en hun kracht halen? "De arbeidersklasse en de communisten hebben de dringende verantwoordelijkheid zich open te stellen en beide handen uit te steken naar het progressieve verzet dat zich uit in de antiglobaliseringsbewegingen, in de vredesbeweging. Zij moeten beide handen uitsteken naar de ouders die vechten voor hun verdwenen kinderen, naar de daklozen, naar de verenigingen die zich verzetten tegen discriminatie op basis van geslacht, religie, nationaliteit, homoseksualiteit, handicap, enz", zo zegt het platform.
Geen enkele communist zal de noodzaak ontkennen om zich in deze strijd te engageren. De PVDA heeft dat altijd gedaan en zal dat blijven doen. Maar uit zichzelf staan zijn deze bewegingen, die vaak vooral de kleinburgerij mobiliseren, meer open voor de idee dat het volstaat het kapitalisme te hervormen en dat het niet vernietigd moet worden en vervangen door het socialisme.
In de jaren 1980 waren sommige revolutionairen al onder de indruk van die "grote nieuwe bewegingen" zoals de milieubeweging of het feminisme. Zij ontdekten in die bewegingen een "nieuw revolutionair potentieel" en gaven hun geduldig werk binnen de arbeidersklasse, de fabrieken en de vakbonden op. Door die foute strategie werd de revolutionaire beweging in vele landen nagenoeg geliquideerd. Wij hebben deze liquidatiebeweging bestrreden, anders zou de PVDA nu niet meer bestaan. Vandaag zullen wij hetzelfde doen.
Wordt de arbeidersklasse marginaal?
"De versnelde deïndustrialisering van hele regio's in Europa leidt uiteraard tot een verzwakking van de arbeidersbeweging" zegt het platform. ...
In België is de industriële productie sinds 1991 met 11 procent toegenomen. Die stijging is hoofdzakelijk te wijten aan een stijging van de productiviteit. De industrie heeft dus niets van haar strategische waarde verloren, noch voor de kapitalisten, noch voor de klassenstrijd.
België kent een grote concentratie autofabrieken, hoofdzakelijk in Vlaanderen (Ford, Opel, Volvo,) en in Brussel (VW). Met toeleveringsbedrijven inbegrepen gaat het hier om 100.000 banen.
In talloze bedrijven die een rechtstreekse band hebben met de haven van Antwerpen, werken in totaal 56.400 arbeiders en bedienden. De tien grootste bedrijven stellen 34 procent van het totaal tewerk. Wij zijn nog lang niet in al die bedrijven ingeplant!
België heeft een van de sterkste concentraties chemische industrie ter wereld met in totaal 97.000 arbeiders en bedienden.
De omgeving van de Brusselse luchthaven stelt 35.000 mensen tewerk.
Het aantal bedrijven dat meer dan 1.000 mensen tewerkstelt is verminderd, maar zeggen dat er geen belangrijke industriële concentraties van strategisch belang meer zijn, is onwaar.
Aan de andere kant is de "afzwakking van de arbeidersbeweging" geen gevolg van de "deïndustrialisering" maar van de ideologische verwarring, van het reformisme van vele syndicale leiders en van hun samenwerking met de patroons en de regering. De zuurstof waar de strijdsyndicalisten zoveel nood aan hebben zal er niet komen door de fabrieken te verlaten maar door zich te wapenen met een revolutionair bewustzijn. Die zuurstof kunnen ze slechts ten volle verwerven in de schoot van de enige revolutionaire partij van het land: de PVDA. Ironisch genoeg keert Nadine Rosa-Rosso net die partij de rug toe en wil zij net die partij vandaag van buiten uit verzwakken.
De mensen van de post en het spoor bereiden zich voor om tegen de privatisering van hun bedrijven te vechten. Alle werkende mensen bereiden zich voor om de strijd aan te gaan tegen de antisociale maatregelen van minister Vandenbroucke die hun rechten op pensioen en brugpensioen bedreigen en om te vechten voor betaalbare gezondheidszorgen.
In onze huidige verkiezingscampagne willen wij een bijdrage leveren aan de voorbereiding van deze strijd. Niet alleen door klaarheid te scheppen over die aanvallen en door eisen te formuleren die de mensen eerst stellen en niet de winsten, maar ook door opnieuw de taak op ons te nemen van de voorhoede te organiseren in en rond onze partij. ..."

EINDBEDENKINGEN

De diskussie over welke strategie voor de PVDA wordt verengd tot "we werkten de laatste tijd minder rond de grote fabrieken (in BELGIË}, we moeten weer meer rond de grote fabrieken (in BELGIË) werken. De communistische partij organiseert de voorhoede van de arbeidersklasse en die voorhoede zijn de arbeiders in de grote fabrieken (in BELGIË)."
Dit wordt gelardeerd met grote "marxistische"uitspraken over revolutionaire rol van de arbeidersklasse en opdracht van een werkelijk revolutionaire partij.....
Boudewijn doet dit om elke diskussie over de noodzaak van het uitwerken van EEN PROGRAMMA van de PVDA af te leiden. Want dat vindt Boudewijn niet nodig omdat de fundamentele strategie van een communistische partij overal en voor altijd (en dus ook in BELGIË) toch hetzelfde is, waarna er een formalistische belijdenis wordt gedaan in algemene bewoordiingen over "omverwerpen van kapitalisme, de arbeidersklasse organiseren en socialistische revolutie."

Een eerste taak van een leiding van een communistische partij, of van een organisatie die een communistische partij wil worden of uitbouwen is: een CONCREET PROGRAMMA dat de taak, het doorvoeren van de revolutie zo concreet mogelijk en op basis van een concrete analyse van de ACTUELE toestand van het kapitalisme, bediskussieerd en goedgekeurd door een CONGRES.
Volgens mij (dat meen ik te leren uit de studie van werken van Lenin) moet zo`n programma dus een concrete analise maken van het ACTUELE kapitalisme. Uit die analyse volgt het programma voor de communistische partij. Dit programma stelt de concrete taken van die communistische partij inzake de revolutie(als onderdeel van, of als stap naar de wereldrevolutie) waar zij zich voor verantwoordelijk stelt. Het bestaat uit een uitgewerkte strategie vertrekkend vanaf de situatie in het ACTUELE kapitalisme. Er wordt een concrete klasseanalyse gemaakt om te komen alwéér tot een strategie om de voorhoede van de arbeidersklasse te organiseren en de arbeidersklasse te leiden in het betrekken van de brede volksmassas in het voeren van de revolutie. Er moet dus duidelijk een analyse gemaakt worden WELKE revolutie de communistische partij als taak op zich neemt om te voeren (als stap naar of als onderdeel van de uiteindelijke wereldrevolutie) en een analise van de SAMENSTELLING en de STAND VAN ONTWIKKELING van de arbeidersklasse (of dat DEEL van de arbeidersklasse in dat gebied waar de revolutie zal gevoerd worden) die het zich als taak zal moeten stellen om die revolutie aan te voeren. Het gebied zal zo groot mogelijk zijn en bepaald worden door de concrete, actuele ontwikkeling van het kapitalisme, naar zo`n groot mogelijke binnenlandse markt met één munt, één wetgeving, één staat, overeenkomend met de vereisten van de kapitalisten van de meest toonaangevende grote monopolies.
Boudewijn (en dus de PVDA, want hij is eigenlijk onuitgesproken "voorzitter-omdat-de verkozen-voorzitter-in-de onmogelijkheid-is-om-de-partij-te-leiden")zegt in feite:"De arbeidersklasse dat zijn fabrieksarbeiders uit de grote fabrieken" (en stilzwijgend begrenst hij dat nog:...van BELGIË!!!)." We moeten daar zijn met fabriekscellen en propagandaploegen..."om wat? Om vooral de klassenstrijd van de arbeiders te blijven richten op "hun"patroons en "de "fabriek?" Om te laten zien dat het verkiezingsprogramma van de PVDA overeenkomt met de directe verzuchtingen van "de fabrieksarbeider"? Om het inzicht binnen te brengen (door propaganda en diskussie), dat de klassestrijd van de arbeiders in de grote fabrieken voor hun verzuchtingen, het best wordt verwoord in de (verkiezings-) programmapunten van de PVDA waardoor de klassestrijd van de fabrieksarbeiders "een politiek karakter krijgt" (in navolging van de economisten)?
De arbeidersklasse wordt in feite verengt tot "de arbeiders in de grote fabrieken"(in BELGIË), de kapitalistenklasse wordt verengd tot "de patroons"(wat zijn dat eigenlijk?). De politieke strijd om de macht tot "de strijd tegen de paarse (BELGISCHE) regering".
"De arbeidersklasse is de voorhoede van alle werkers...." Vertaal dat eens in het Engels: de working class is de vanguard of all workers. En je ziet gelijk het gewauwel van Boudewijn.
Hij maakt een mengeling van het feit dat de arbeidersklasse de revolutionaire klasse is en van het feit dat de voorhoede van de arbeidersklasse in de communistische partij wordt georganiseerd. Hij verengd weer... tot de grenzen van België. Want DAAR is er een (grotendeels) steeds kunstmatiger wordend onderscheid BINNEN de arbeidersklasse tussen "arbeiders" en "bedienden".
Boudewijn Deckers, en daarmee de leiding van de PVDA, maakt een analyse die Lenin in 1894 al bestreed....... in "Wat zijn de "volksvrienden"en hoe bestrijden zij de sociaal-democraten?"
De ontwikkeling van het kapitalisme bestaat NIET uit een ontwikkeling naar (steeds meer en steeds groter wordende) grote FABRIEKEN. De ontwikkeling van het kapitalisme bestaat uit een steeds verdere socialisering van de produktie, met o.a. de ontwikkeling naar MONOPOLIES.... En dat kan samengaan met een AFNAME van zichtbare aanwezigheid van grote fabrieken, een fysische AFNAME van de grootte van de fabrieken, of de AFNAME van fysieke aanwezigheid van het totale produktieproces op bepaalde plaatsen en dus zelfs met een AFNAME van industriele activiteit op een bepaalde plaats, of een stagnatie van groei van BBP van een bepaald land. Deze afname van groei of afname van grote fabrieken hebben NIETS te maken met verkleining van de arbeidersklasse, of "marginalisering"van de arbeidersklasse zoals Boudewijn dat noemt. Dus omgekeerd is een nog steeds bestaan van grote fabrieken of een nog steeds aanwezige groei van BNP of industriele activiteit GEEN bewijs dat er("voorlopig zo lang die indicatoren nog groeien"???!) er nog een arbeidersklasse in België is

Hoe verder het kapitalisme zich ontwikkeld hoe meer ook de arbeidersklasse zich ontwikkeld.
Daarbij is het zo dat de aangroei van de arbeidersklasse (ook niet op een bepaalde plaats, bijvoorbeeld BELGIË) NIET afhangt van de daar al dan niet aanwezige grote fabrieken. De arbeidersklasse groeit aan omdat er meer en meer mensen, verplicht zijnde om te kunnen overleven, hun arbeidskracht verkopend omdat de produktiemiddelen toegeigend zijn door de kapitalisten, worden ingeschakeld in de produktie van WAREN. Het kapitalisme maakt van alles een waar en betrekt steeds meer van het TOTALE maatschappelijk gebeuren in de produktie van waren.(OPM: daarin ligt de kern van de zogenaamde "privatiseringen")

Hoe komt het dat de PVDA het wetenschappelijk socialisme verlaten heeft?
Hoe komt het dat het revisionisme (trouw beleiden aan het marxisme maar het marxisme een metafysisch-idealistische inhoud gevend) zich zo sterk ontwikkeld in de PVDA?
Hoe komt het dat, ondanks de vele individuele partijleden die menen dat zij de revolutie trouw blijven binnen de PVDA, toch het gevaar groeit van de ontwikkeling tot een reformistische partij?

Lees mijn text "Commentaar bij de evolutie van de politieke lijn in de Partij Van De Arbeid van België"
U kunt een copie vragen bij het Nationaal Secretariaat van de PVDA of de redactie van Solidair.
Vorm een mening hierover en deel die mee aan de PVDA zelf.

Groeten Crazy Horse.

Tot zover mijn mail opgestuurd naar Solidair in 2004(samen met een papieren copie) Lees nu het verhaal maar verder in volgend artikel,


[1] In de realiteit was dat blijkbaar al zo, omdat(maar dat wist ik TOEN nog niet) Ludo zelf al wegens het voelen opkomen van Alzheimer, wist dat hij niet meer de verantwoordelijkheid op zich kon nemen van de DAGELIJKSE LEIDING van een communistische partij, met alle verantwoordelijkheden die dat met zich meebrengt.